Ambtsverslag / Rapportage betreffende markttoezicht.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage betreffende markttoezicht. 19 augustus 1939 (met aanvullingen tot 31 augustus 1939). [1] opsteken van zijn rechterwijsvinger dreigde hij mij en
[2] beweerde dat mijn vrienden met vier personen mochten
[3] staan, en daarover een klacht zou indienen. Later heeft
[4] hij mij toegevoegd dat hij met een marktmeester voor den
[5] rechter is geweest, die een uitbrander heeft gekregen, hij kan
[6] mij ook wel krijgen, daar er veel onrecht op de markt plaats
[7] vindt. De heer Rugers heeft mij gezegd dat E. Koomen reeds
[8] eerder zeer onheusch tegen een dienstdoenden ambtenaar
[9] is opgetreden, waarvan P.V. B. is opgemaakt.
[10] Tegenover de insinuaties en het laakbare optreden van
[11] E. Koomen stel ik op prijs de gevoelens kenbaar te maken
[12] van een groep kooplieden die vroeger ontevreden, moeilijk
[13] en onhandelbaar was (G. Monnen e.s.) doch die nu onom-
[14] wonden verklaren dat zij de tegenwoordige regeling en het
[15] beheer op de markt beschouwen als rechtvaardig, zonder
[16] aanzien des persoons. De kooplieden waarvan de toestem-
[17] ming voor een tweede assistent dezer dagen is ingetrokken,
[18] kunnen met meer vrijmoedigheid E. Koomen voor een vriendje
[19] kenschetsen, omdat hij toestemming heeft voor twee assistenten.
[20] Wegens het in gevaar brengen van de goede orde op de markt
[21] heb ik de eer, U voor te stellen E. Koomen twee dagen het
[22] recht te ontnemen van een plaats op de markt.
[23] Ter wille van de consequentie geef ik beleefd in overweging
[24] na 1 Sept. Koomen niet toe te staan zich door twee
[25] personen te laten bijstaan.
[26] Amsterdam 19 Augustus 1939
[Onderaan toegevoegd in ander handschrift/met stempels:]
[27] In verband met het bovenstaande stel ik [Paraaf: Vrij] 31/8/39 48g
[28] te voor E. Koomen het recht te ontnemen [Rode inkt:] 27/91/2
[29] een plaats op een der markten in te nemen
[30] voor den tijd van twee dagen en wel op 4 en 5 September 1939
[31] 30-8-39 dalkari [?] De secr. v. h. W. L. v. d. Laar 30-8-39 Dit document is een ambtelijk verslag waarin een marktbeheerder of inspecteur klaagt over de intimidatie door een specifieke koopman, E. Koomen. Koomen wordt beschuldigd van:
1. Dreiging en belediging: Het fysiek dreigen met de vinger en het beschuldigen van de ambtenaar van vriendjespolitiek.
2. Recidive: Er wordt verwezen naar een eerder proces-verbaal (P.V.) voor soortgelijk gedrag.
3. Onrust zaaien: Hij wekt de indruk dat hij privileges heeft (twee assistenten), wat kwaad bloed zet bij andere kooplieden bij wie deze rechten juist zijn ingetrokken.
De schrijver gebruikt de steun van een groep voorheen "moeilijke" kooplieden (G. Monnen e.s.) als bewijs dat het huidige beheer juist wel rechtvaardig is. Het document eindigt met een concreet voorstel tot straf: het ontzeggen van de markttoegang voor twee dagen. De aantekeningen onderaan bevestigen dat dit voorstel is overgenomen en dat de straf werd vastgesteld op 4 en 5 september 1939. Het document dateert van augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de regulering van de Amsterdamse markten strikt. De marktmeesters en controleurs hadden een zware taak om de orde te handhaven tussen de vele duizenden kooplieden.
Interessant is de vermelding van "assistenten". De regels hierover waren vaak een bron van conflict; het hebben van meer personeel betekende een grotere omzetcapaciteit, en jaloezie hierover kon de "goede orde" op de markt verstoren. De administratieve afhandeling (met rode archiefnummers en diverse parafen) toont de bureaucratische zorgvuldigheid van de gemeente Amsterdam in die tijd bij het opleggen van sancties aan individuele burgers.