Getypte afschriften van twee brieven (verzoekschriften).
Origineel
Getypte afschriften van twee brieven (verzoekschriften). [Eerste brief]
AFSCHRIFT.
Aan N.V.C.
Hoogedelgestrenge Heer!
Ondergeteekende, H.J. Hofman oud 55 jaar wonende Cyclamestraat 3 te Amsterdam-Noord, neemt onderdanig de vrijheid dit schrijven onder Uw aandacht te brengen. Dat hij sinds 1921 vergunning heeft tot de verkoop van gezoute en gerookte visch op den openbaren weg op de brug van het Centraal Station tegenover Martelaarsgracht te Amsterdam.
Dat hij sinds 1941 tot nu toe verstoken blijft van visch ook gezoute of gerookte visch die daar ter plaatse wordt aangevoerd, zoo nu de haring die toegewezen wordt aan de gewone straatvischventers. Adressant verzoekt U nu Uw Hoogedelachtb. Heer het daarheen te willen leiden dat de vischcommissie van U de opdracht krijgt adressant ook in aanmerking te doen komen van gezoute en gerookte visch zoo dat adressant ook het brood voor hem en zijn gezin kan verdienen. Hopende, dat UEd. goedgunstig op zijn verzoek zult beslissen.
Hoogachtend,
H.J. Hofman,
Cyclamestraat 3,
Amsterdam-Noord.
[Tweede brief]
AFSCHRIFT.
Aan N.V.C.
M.,
Bij deze richt ondergeteekende zich tot U met het verzoek om nu meteen eens te vragen over de toewijzing van visch waar wij in Amsterdam mede te maken hebben.
Als ingeschrevene bij de Visscherijcentrale een vergunning hebbende voor verwerker, ben ik al dien tijd in aanmerking gekomen voor een enkele toewijzing, zegge 40 pond aal en 40 pond zoetwatervisch, terwijl alle winkeliers voor een dubbele toewijzing in aanmerking komen en die hebben nog dit voordeel dat ze dicht bij een markt zitten of met de tweeen of drieen in een buurt, terwijl ik alleen zit met 1800 gezinnen en die menschen/uur een gaan moeten voor ze bij een markt zijn en dan nog geen per bus of lopend want fietsend is haast wel uit den booze. en ik zal zoo doende alle dagen ruzie heb want het publiek zegt wat heeft U weinig vis die ander winkels hebben eens zooveel. Nu om 40 pond vis over 1800 gezinnen te verdelen moet men toch tovenaar zijn de zeevis, garnalen mosselen hebben we alle gelijk dus daar heb ik niet op te zeggen.
Alleen de aal en zoetwatervis is me slecht bedeeld.
Hopende op een gunstig antwoord
Teken ik hoogachtend
w.g. B. Rietveld
Borgerstraat 167 III
Amsterdam-West.
Personeel heb ik niet meer in dienst, dus komt alleen mijn eigen naam op de lijst voor.
Hopende U zoo goed te hebben ingelicht omtrent de lijsten. Deze documenten bieden een inkijk in de bureaucratische realiteit van de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
- Individuele nood: De eerste brief (Hofman) toont een kleine zelfstandige die door nieuwe regelgeving sinds 1941 zijn nering op een strategische plek (Centraal Station) ziet verdwijnen. Hij appelleert aan zijn jarenlange staat van dienst (sinds 1921) om zijn gezin te kunnen onderhouden.
- Distributieproblematiek: De tweede brief (Rietveld) illustreert de logistieke en sociale spanningen. Rietveld bedient een grote wijk (1800 gezinnen) maar krijgt evenveel (of minder) dan winkeliers die gunstiger gelegen zijn.
- Schaarste en sociale druk: Rietveld beschrijft de "ruzie" met klanten door de geringe hoeveelheid vis (40 pond op 1800 gezinnen is vrijwel niets). Ook de opmerking dat fietsen "uit den booze" is, verwijst waarschijnlijk naar het gebrek aan banden of het vorderen van fietsen door de bezetter.
- Terminologie: Het gebruik van "w.g." (was getekend) bevestigt dat dit een afschrift is voor het archief van de N.V.C. De Nederlandsche Visscherij Centrale (N.V.C.) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het centrale orgaan dat onder toezicht van de Duitse bezetter de vangst en distributie van vis reguleerde. Vanwege de oorlogsomstandigheden op de Noordzee was de aanvoer van zeevis minimaal, waardoor zoetwatervis en schaaldieren essentieel werden voor de voedselvoorziening.
De verdeling gebeurde via een strikt toewijzingssysteem. Straatverkopers en kleine handelaren werden vaak benadeeld ten opzichte van gevestigde winkeliers. De brieven weerspiegelen de machteloosheid van kleine ondernemers tegenover de centrale planningsorganen en de toenemende schaarste die in 1941/1942 de kop opstak. De locaties (Amsterdam-Noord en de Borgerstraat in West) waren typische volksbuurten waar de voedselnood hoog was.