Archiefdocument
Origineel
Geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog (ca. 1940-1945), hoewel 1910 in de tekst wordt genoemd als referentiejaar. 2
De Verdeelings comisie in df / -
amsterdam zeg wat piet Vrees.
gerookte aal niets voor die
heeft geen Winkel Wel daan
fleysman en frans Visscher
die hebben een hal nu hooren
laat ik u vertellen tot die allen
bijden van mijn zijn geweest
en nu heb ik er nog een pal naast
hun hal ik verkoop er ook Aal en
anderen Visch in heb vergunnig voor
te verkoopen van die Visch van Af
1910 en nu heb ik nog een mooie
Bootje gekregen voor joden verboden
maar dat schijnt niet te helpen * Handschrift: Een vlot, enigszins onregelmatig cursief handschrift.
* Spelling: Bevat diverse fonetische en archaïsche spellingen zoals "comisie" (commissie), "bijden" (beiden), "vergunnig" (vergunning) en "van mijn" (van mij).
* Inhoud: De auteur uit een grief over de oneerlijke distributie van vis (gerookte aal) door de Amsterdamse Verdeelingscommissie. Hij klaagt dat anderen (Piet Vrees, Fleysman, Frans Visscher) bevoordeeld worden, terwijl hij zelf al sinds 1910 een vergunning heeft en direct naast hun markthal verkoopt. Hij merkt op dat zijn concurrenten vroeger voor hem hebben gewerkt.
* Opmerkelijke zin: De tekst eindigt met de vermelding dat de schrijver een bootje heeft gekregen dat is gemarkeerd met "voor joden verboden", maar merkt wrang op dat dit hem blijkbaar niet helpt in zijn conflict met de commissie. De tekst moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland. De "Verdeelingscommissie" hield zich bezig met de distributie en rantsoenering van goederen. In tijden van schaarste was corruptie en vriendjespolitiek een veelgehoorde klacht. De term "voor joden verboden" was een antisemitische maatregel van de bezetter. Het feit dat de schrijver dit aanhaalt, suggereert dat hij hoopte op een betere behandeling door zich te conformeren aan de regels van de nieuwe orde, of dat hij een boot heeft overgenomen die aan Joodse burgers was onttrokken. Het document biedt een onverbloemd inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de onderlinge nijd tussen handelaren tijdens de oorlogsjaren.