Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 92
Dossier 27
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief of bezwaarschrift.

Origineel

Handgeschreven brief of bezwaarschrift. Ik geloof tog wel dat ik daar
nog eerder regt op heb
Als mijn te Verbouwen
mijn Vesch hal is Lindengracht
233 Van Vershen 235 Van
Pleijsman 237 die numers
Kan ik niet Vergeten Wand zijn
allen 3 Van mijn geweest Zelf
Daan en frans hebben Zelf bij
mijn in die hallen gewerkt en nu
krijgt ouden piet Vrees het
misbedeeld hoe komt dat?
Ik hoop dat de heeren daar Verandering
in zullen brengen Groetent
P Vrees. sr * Inhoud: De schrijver, P. Vrees sr., beklaagt zich over de toewijzing van bepaalde "Vesch hallen" (vishallen of marktkramen) aan de Lindengracht. Hij claimt een historisch recht op de nummers 233, 235 en 237, omdat deze vroeger van hem waren en zijn familieleden (Daan en Frans) er ook werkten. Hij voelt zich "misbedeeld" nu de situatie is veranderd en doet een beroep op "de heeren" (waarschijnlijk de marktmeesters of het stadsbestuur) om dit te corrigeren.
* Handschrift: Een vlot, cursief handschrift dat karakteristiek is voor die periode. De tekst vertoont weinig interpunctie, wat duidt op een auteur die schreef zoals hij sprak.
* Opvallende spelling: De tekst bevat diverse archaïsche en fonetische spellingen zoals "tog" (toch), "regt" (recht), "Vesch" (vis), "Wand" (want) en "numers" (nummers). De term "misbedeeld" geeft de emotionele lading van het onrecht aan dat de schrijver ervaart. De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan werd in 1895 gedempt, waarna het een belangrijke marktlocatie werd. De brief weerspiegelt de persoonlijke strijd van kleine neringdoenden in een tijd waarin de gemeente Amsterdam de marktplaatsen en vishallen begon te reguleren en te herverdelen. P. Vrees sr. probeert hier middels een beroep op zijn arbeidsverleden en voormalig eigendom zijn positie veilig te stellen. De genoemde namen (Van Vershen, Pleijsman) zijn waarschijnlijk de namen van degenen die op dat moment de betreffende nummers in gebruik hadden of kregen. P. Vrees Gemeente Amsterdam

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, P. Vrees sr., beklaagt zich over de toewijzing van bepaalde "Vesch hallen" (vishallen of marktkramen) aan de Lindengracht. Hij claimt een historisch recht op de nummers 233, 235 en 237, omdat deze vroeger van hem waren en zijn familieleden (Daan en Frans) er ook werkten. Hij voelt zich "misbedeeld" nu de situatie is veranderd en doet een beroep op "de heeren" (waarschijnlijk de marktmeesters of het stadsbestuur) om dit te corrigeren.
  • Handschrift: Een vlot, cursief handschrift dat karakteristiek is voor die periode. De tekst vertoont weinig interpunctie, wat duidt op een auteur die schreef zoals hij sprak.
  • Opvallende spelling: De tekst bevat diverse archaïsche en fonetische spellingen zoals "tog" (toch), "regt" (recht), "Vesch" (vis), "Wand" (want) en "numers" (nummers). De term "misbedeeld" geeft de emotionele lading van het onrecht aan dat de schrijver ervaart.

Historische Context

De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan werd in 1895 gedempt, waarna het een belangrijke marktlocatie werd. De brief weerspiegelt de persoonlijke strijd van kleine neringdoenden in een tijd waarin de gemeente Amsterdam de marktplaatsen en vishallen begon te reguleren en te herverdelen. P. Vrees sr. probeert hier middels een beroep op zijn arbeidsverleden en voormalig eigendom zijn positie veilig te stellen. De genoemde namen (Van Vershen, Pleijsman) zijn waarschijnlijk de namen van degenen die op dat moment de betreffende nummers in gebruik hadden of kregen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 1