Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 6 juli 1943. Waarschijnlijk een lokale directeur van een visserij-instantie of distributiedienst (niet bij naam genoemd, enkel titel "De Directeur"). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. 46b/199/2 M. 6 Juli 1943. vB/SV.
Toewijzing
J. Hagendoorn. Den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij
Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-Gravenhage (ZH)
==============
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28
Mei jl. no. 14361/V/Vij bericht ik U, dat het
verzoek van adressant om in de verdeelregeling
voor visch aan den afslag te dezer stede te
worden opgenomen, reeds meermalen in de Ver-
deelcommissie is behandeld, doch steeds is afge-
wezen, omdat Hagendoorn in de basisjaren niet
in den vischhandel is werkzaam geweest. Hij
was haringhandelaar deze groep van handelaren
kon niet in de verdeeling worden opgenomen,
omdat vrijwel geen haring werd aangevoerd. De
enkele malen, dat er partijtjes haring of bok-
king aan de markt kwamen moesten deze onder de
in de verdeeling opgenomen handelaren worden ver-
deeld, aangezien mijn Dienst geen enkel inzicht
heeft in den omvang van den groep haringhande-
laren en de inschakeling van den haringhandel in
deze incidenteele gevallen geen zin had.
De Directeur, De brief betreft een afwijzing van een verzoek van de heer J. Hagendoorn om te mogen deelnemen aan de distributie van vis bij een lokale visafslag. De kernpunten zijn:
- Criterium van de Basisjaren: Hagendoorn wordt geweigerd omdat hij in de zogenaamde "basisjaren" (de referentieperiode voor de oorlog) niet werkzaam was in de algemene visvloot/vishandel. Dit was een standaardmethode tijdens de bezetting om schaarse goederen toe te wijzen aan gevestigde ondernemers.
- Specialisme als struikelblok: Hagendoorn was specifiek haringhandelaar. Omdat de aanvoer van haring door de oorlogsomstandigheden (mijnen op zee, verbod op uitvaren) vrijwel volledig was stilgevallen, bestond er voor deze specifieke beroepsgroep geen actieve verdeelregeling.
- Administratieve efficiëntie: De schaarse hoeveelheden haring of bokking (gerookte haring) die wel binnenkwamen, werden verdeeld onder de reguliere vis-distributeurs. De afzender stelt dat het administratief onbegonnen werk is om voor die enkele incidentele gevallen een aparte groep haringhandelaren in het systeem op te nemen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was er sprake van een strikte distributie-economie. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele visserijketen reguleerde.
De visserij had het zwaar te verduren: grote delen van de Noordzee waren sperrgebiet en veel schepen waren gevorderd door de Kriegsmarine. Hierdoor ontstond een enorme schaarste aan vis, met name aan haring, wat voorheen een volksvoedsel was. Om speculatie en zwarte handel tegen te gaan, mochten alleen handelaren met een bewezen "track record" uit de jaren voor de oorlog deelnemen aan de officiële toewijzingen. Voor kleine of gespecialiseerde handelaren zoals Hagendoorn betekende dit in de praktijk vaak een beroepsverbod of faillissement.