Ambtelijke conceptnotitie of klad van een besluitbrief.
Origineel
Ambtelijke conceptnotitie of klad van een besluitbrief. [Bovenzijde:]
onderwerp: [doorgehaald: Haring] J. Hagendoorn 46B/199/2 af N.V.C.
[Ingevoegd aan de rechterzijde:]
N.a.v. den brief d.d. 28 Mei j.l.
no. 14361/V/Hj bericht ik U, dat het verzoek van
adressant om in de verdeelingsregeling voor visch aan
den afslag te dezer stede te worden opgenomen,
reeds meermalen in de Verdeelingscommissie
is behandeld, doch steeds is afgewezen [doorgehaald: de enkele
malen, dat er partijtjes haring of bokking aan de markt kwamen,
moesten deze uitsluitend onder de in de verdeeling opgenomen v. in
v. verwerkt. Aangezien deze artikelen uitsluitend
onder de in de verdeeling opgenomen handelaren
worden verdeeld, aangezien mijn Dienst geen enkel in-
zicht heeft in den omvang en den werkkring van den haringhandel en de
onderlinge plaatselijke verhouding enz. met betrekking tot]
1, omdat Hagendoorn in de den haringhandel in deze
basis jaren niet in den visch- [ingevoegd tussen de regels: welke petitie geen zin had en]
handel is werkzaam geweest.
Hij was haringhandelaar, deze groep van haringkoopers kon niet
in de verdeeling worden opgenomen, omdat er vrijwel geen haring
werd aangevoerd. Het document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke afhandeling van verzoeken in een distributie-economie. De tekst bevat veel doorhalingen, wat wijst op het proces van het scherpstellen van de afwijzingsgronden.
De kern van de afwijzing is tweeledig:
1. Gebrek aan historische rechten: Hagendoorn was in de zogeheten "basisjaren" (de referentieperiode van vóór de schaarste) niet werkzaam in de algemene vissector. In een distributiesysteem waren rechten op schaarse goederen bijna uitsluitend voorbehouden aan gevestigde ondernemers.
2. Productspecifieke uitsluiting: Hagendoorn wordt geclassificeerd als "haringhandelaar". Omdat de aanvoer van haring door oorlogsomstandigheden vrijwel volledig was stilgevallen, bestond er voor deze specifieke groep geen actieve verdeelregeling.
De tekst laat ook de bureaucratische afstand zien: de betreffende "Dienst" stelt dat zij geen inzicht heeft in de lokale verhoudingen van de haringhandel, wat als extra argument wordt gebruikt om het verzoek niet te honoreren. Tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse handel strikt gereguleerd door de Rijksbureaus. Voor de visserij was de Nederlandsche Visscherij Centrale (N.V.C.), opgericht in 1941, het centrale orgaan. Omdat de Noordzeevisserij door mijnengevaar en de vordering van schepen door de Duitse bezetter grotendeels stillag, was er een enorme schaarste aan vis.
Om de beperkte aanvoer eerlijk te verdelen, werd gewerkt met "basisjaren" (meestal 1938 of 1939). Alleen handelaren die konden aantonen dat zij toen een bepaalde omzet draaiden, kregen een toewijzing. Handelaren in haring (vaak kleine zelfstandigen die met karren langs de deuren gingen) werden zwaar getroffen omdat de haringvloot niet kon uitvaren. Dit document illustreert de rigide houding van de overheid jegens ondernemers die door deze regels buiten de boot vielen.