Handgeschreven memo of geleidebiljet.
Origineel
Handgeschreven memo of geleidebiljet. af W.C.M.
Voor de goede orde heb ik de eer
Ued. onder aanwijzing van mijn brief
d.d. 30/6 no. 46 6/217/2 - M 43,
een afschrift te doen toekomen van een
aan mij gerichte brief over de bureaukratie.
De lachlust is rijk!
SD.
[In rood potlood, linksonder:]
46 6/217/4 Het betreft een formele, ambtelijke mededeling waarin de verzender (geïdentificeerd door de initialen W.C.M.) een afschrift van een ontvangen brief doorstuurt naar een collega of superieur (SD.). De tekst is opgesteld in de toen gangbare hoffelijke stijl ("heb ik de eer", "Ued." voor Uw Edele).
Opvallend is de persoonlijke slotopmerking: "De lachlust is rijk!". Hiermee geeft de verzender aan dat de inhoud van de meegezonden brief over "bureaukratie" als bijzonder amusant of absurd werd ervaren.
Het document is strikt gecodeerd met dossiernummers. De referentie in de tekst (46 6/217/2) en de latere toevoeging in rood potlood (46 6/217/4) suggereren dat dit memo deel uitmaakt van een groter, geordend archiefdossier. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit een Nederlandse overheidsinstelling of een groot administratief lichaam uit het midden van de 20e eeuw (circa 1940-1960). In deze periode was het gebruikelijk om via dergelijke korte handgeschreven briefjes documenten binnen een organisatie te routeren. Het thema — kritiek op of spot met bureaucratie — is een herkenbaar element uit de ambtelijke geschiedenis, waarbij functionarissen onderling vaak een lossere toon aansloegen dan in de officiële correspondentie naar buiten toe. W.C.M.