Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 178
Dossier 23
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel op officieel papier).

Vermoedelijk 3 juni 1942 (gebaseerd op de doorschijnende tekst van de voorzijde/andere pagina: "’S-GRAVENHAGE, 3 Juni 1942"). Van: Ondervakgroep Detailhandel in Visch.

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel op officieel papier). Vermoedelijk 3 juni 1942 (gebaseerd op de doorschijnende tekst van de voorzijde/andere pagina: "’S-GRAVENHAGE, 3 Juni 1942"). Ondervakgroep Detailhandel in Visch. hierboven bedoelde 5 Joodsche zaken zijn wel gesloten, maar de toewijzingen zijn nu overgebracht op naam van den eigenaar van het vischhandelsbedrijf op het Amstelveld, die daardoor in het bezit is van 6 toewijzingen.

Waar nu naar het bovenbeschreven geval de toewijzingen van Joodsche vischhandelaren zijn overgedragen aan een ander, komen wij met de vraag tot U, waarom het dan niet mogelijk is, dat de toewijzingen van vischhandelaren, die hetzij voor krijgsgevangenschap, hetzij voor den arbeidsinzet uit hun bedrijf worden weggehaald, niet kunnen worden overgeschreven op den door hen aan te stellen plaatsvervanger.

Het gevolg van de wegvoering van deze vischhandelaren is toch in de meeste gevallen, dat het gezin onverzorgd achterblijft. De vergoeding, die de familie ontvangt van de Overheidsinstanties is meestal te gering om een compensatie te kunnen vormen van de vroegere inkomsten uit het vischhandelsbedrijf.

Vooral met het oog op de sociale gevolgen dus van de bovengenoemde maatregelen zouden wij U ten sterkste in overweging willen geven om een regeling in te voeren, waarbij het mogelijk is, dat de toewijzingen van vischhandelaren, die om meergenoemde redenen hun bedrijf moeten verlaten, te doen overgaan op de plaatsvervangers, die zij zelf hebben aangesteld.

In het vertrouwen, dat het bovenstaande Uw aandacht zal hebben, verblijven wij in afwachting van Uw berichten met de meeste

Hoogachting,

ONDERVAKGROEP DETAILHANDEL IN VISCH.

[Handtekening] In deze brief kaart de "Ondervakgroep Detailhandel in Visch" een scheve situatie aan bij de autoriteiten tijdens de Duitse bezetting. De kern van het betoog is een vergelijking tussen twee groepen:
1. Joodse ondernemers: Hun zaken worden gesloten en hun "toewijzingen" (rechten op handel/voorraad) worden zonder problemen overgedragen aan niet-Joodse ondernemers (in dit voorbeeld krijgt één handelaar op het Amstelveld de rechten van vijf gesloten Joodse zaken).
2. Nederlandse vischhandelaren in krijgsgevangenschap of arbeidsinzet: Wanneer zij gedwongen hun bedrijf moeten verlaten, mogen hun toewijzingen blijkbaar niet worden overgedragen aan een plaatsvervanger.

De schrijver wijst op de sociale nood die hierdoor ontstaat voor de achterblijvende gezinnen en pleit voor een gelijke behandeling in de zin dat ook deze handelaren hun rechten moeten kunnen overdragen aan een eigen gekozen vervanger om het inkomen van het gezin veilig te stellen. Het document dateert uit de zomer van 1942, een cruciale fase in de bezetting van Nederland.
* Arbeidsinzet en Krijgsgevangenschap: Veel Nederlandse mannen werden in deze periode opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Ook werden voormalige militairen opnieuw in krijgsgevangenschap gevoerd.
* Antisemitische maatregelen: De "arisering" van het bedrijfsleven was in volle gang. Joodse ondernemers werden uit hun zaken gezet, die vervolgens werden geliquideerd of overgenomen door "Ariërs". De brief gebruikt dit proces (het gemak waarmee Joodse rechten worden overgedragen) als argumentatiemateriaal om een gunstigere regeling voor de eigen achterban te bewerkstelligen.
* Corporatisme: De "Ondervakgroep" maakte deel uit van de door de bezetter gecontroleerde bedrijfs- en standsorganisaties, die probeerden de belangen van hun sector te behartigen binnen de beperkingen van het nieuwe regime.

Samenvatting

In deze brief kaart de "Ondervakgroep Detailhandel in Visch" een scheve situatie aan bij de autoriteiten tijdens de Duitse bezetting. De kern van het betoog is een vergelijking tussen twee groepen:
1. Joodse ondernemers: Hun zaken worden gesloten en hun "toewijzingen" (rechten op handel/voorraad) worden zonder problemen overgedragen aan niet-Joodse ondernemers (in dit voorbeeld krijgt één handelaar op het Amstelveld de rechten van vijf gesloten Joodse zaken).
2. Nederlandse vischhandelaren in krijgsgevangenschap of arbeidsinzet: Wanneer zij gedwongen hun bedrijf moeten verlaten, mogen hun toewijzingen blijkbaar niet worden overgedragen aan een plaatsvervanger.

De schrijver wijst op de sociale nood die hierdoor ontstaat voor de achterblijvende gezinnen en pleit voor een gelijke behandeling in de zin dat ook deze handelaren hun rechten moeten kunnen overdragen aan een eigen gekozen vervanger om het inkomen van het gezin veilig te stellen.

Historische Context

Het document dateert uit de zomer van 1942, een cruciale fase in de bezetting van Nederland.
* Arbeidsinzet en Krijgsgevangenschap: Veel Nederlandse mannen werden in deze periode opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Ook werden voormalige militairen opnieuw in krijgsgevangenschap gevoerd.
* Antisemitische maatregelen: De "arisering" van het bedrijfsleven was in volle gang. Joodse ondernemers werden uit hun zaken gezet, die vervolgens werden geliquideerd of overgenomen door "Ariërs". De brief gebruikt dit proces (het gemak waarmee Joodse rechten worden overgedragen) als argumentatiemateriaal om een gunstigere regeling voor de eigen achterban te bewerkstelligen.
* Corporatisme: De "Ondervakgroep" maakte deel uit van de door de bezetter gecontroleerde bedrijfs- en standsorganisaties, die probeerden de belangen van hun sector te behartigen binnen de beperkingen van het nieuwe regime.

Gerelateerde Documenten 1