Ambtsbrief / Adviesnota.
Origineel
Ambtsbrief / Adviesnota. 7 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van een lokale distributiedienst of economische zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (Alhier). [Handgeschreven bovenin:] Verzonden 7/7 [daarnaast onleesbaar, mogelijk: Inw]
46b/222/2 M. 7 Juli 1943. SV.
: Vischregeling.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw
kantbrief d.d. 17 Juni jl. om advies
ontvangen stuk No. 438 L.M. 1943 heb ik
de eer U te berichten, dat de echtge-
noot van adressante werkzaam is als
fabrieksarbeider te Amsterdam.
Ongeveer 6 jaar geleden heeft
adressante een plaats op de markt inge-
nomen voor den verkoop van versche visch.
In verband hiermede verzoekt zij
thans voor een toewijzing visch in aan-
merking te mogen komen. In de basisjaren
1939 en 1940 is zij niet in den visch-
handel werkzaam geweest.
Op grond van het bovenstaande
geef ik U in overweging op het onder-
havige verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies betreffende een aanvraag voor een visvergunning of vis-toewijzing. Een vrouwelijke verzoekster ("adressante") wil vis verkopen op de markt, een activiteit die zij zes jaar voor schrijven (circa 1937) ook al eens had uitgevoerd.
De kern van het advies is negatief. De directeur adviseert de wethouder om het verzoek af te wijzen. De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. De echtgenoot van de vrouw heeft al werk (als fabrieksarbeider in Amsterdam), wat suggereert dat er een stabiel gezinsinkomen is.
2. De vrouw was niet werkzaam in de vishandel tijdens de zogenoemde "basisjaren" 1939 en 1940. In de bureaucratie van de bezettingstijd waren deze jaren bepalend voor het recht op toewijzing van schaarse goederen. Het document dateert van juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem. De overheid (vaak onder toezicht van de bezetter) controleerde de distributie van vrijwel alle levensmiddelen, inclusief vis.
Om de beperkte voorraden te beheren, hanteerde men strikte regels: alleen degenen die vóór de oorlog (in de 'basisjaren' 1939-1940) al professioneel in een branche werkzaam waren, kwamen in aanmerking voor een toewijzing of vergunning. Nieuwkomers of mensen die de handel hadden verlaten, werden stelselmatig geweerd om de bestaande (vaak al krimpende) markt niet verder te versnipperen. Dit document illustreert de starheid van dit systeem en de moeite die burgers moesten doen om in hun levensonderhoud te voorzien buiten de reguliere arbeid om.