Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 269
Dossier 25
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk een doorslag).

27 augustus 1943. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de plaatselijke afdeling van de Visscherijcentrale of een gemeentelijke dienst). Aan: Aan den Heer waarnemend Politie-President, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk een doorslag). 27 augustus 1943. De Directeur (waarschijnlijk van de plaatselijke afdeling van de Visscherijcentrale of een gemeentelijke dienst). Aan den Heer waarnemend Politie-President, Amsterdam. 46b/239/4 M.
extra (handgeschreven)
G/RP.

27 Augustus 1943.

Aan den Heer waarnemend
Politie-President
Marnixstraat 260-264
Amsterdam-Centrum Wijk:7

Krachtens een door den Burgemeester en de Nederlandsche Visscherijcentrale getroffen regeling wordt te dezer stede op de Vischmarkt aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren visch toegewezen, die deze aan de bevolking moeten verkoopen. Iedere kleinhandelaar moet zooveel mogelijk zelf aanwezig zijn. Sedert eenige maanden ontbreekt de kleinhandelaar P.J. de Vos, geboren 21-11-1919, wonende Dapperstraat 36 III.
Volgens mijn informatie zou de Vos zijn ingesloten.
Ingevolge opdracht van het Gemeentebestuur verzoek ik U beleefd mij te doen weten, voor welk feit de Vos is ingesloten en of reeds veroordeeling heeft plaats gehad.
Van den aard van Uw mededeeling ter zake zal het Gemeentebestuur het laten afhangen of de Vos al dan niet in de verdeeling blijft opgenomen.

De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek om informatie vanuit een administratief orgaan (mogelijk de distributiedienst of de marktwezen-afdeling van de gemeente) aan de Amsterdamse politie tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de zaak is de controle op de distributie van schaarse goederen (vis). Omdat de kleinhandelaar P.J. de Vos al maanden niet op de vismarkt is verschenen om zijn toegewezen vis op te halen en te verkopen, dreigt hij uit het systeem te worden geschrapt. De directeur heeft vernomen dat De Vos "ingesloten" (gevangen gezet) is. Er wordt specifiek gevraagd naar het "feit" waarvoor hij vastzit en of er een veroordeling is. Dit was cruciaal voor de gemeente om te bepalen of zijn vergunning of toewijzing behouden kon blijven of dat deze aan een ander moest worden overgedragen. In 1943 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd via een bonnensysteem en centrale organisaties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (opgericht in 1941). Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins beschikbaar waren, hoewel vaak schaars.

De Dapperstraat, waar P.J. de Vos woonde, bevond zich in een buurt die in 1943 zwaar getroffen werd door de deportaties, al wijst de naam 'De Vos' niet direct op een Joodse achtergrond. De term "ingesloten" kon in deze periode op veel wijzen worden uitgelegd: arrestatie wegens zwarte handel (wat veel voorkwam in de vishandel), politieke verzetsactiviteiten, of andere overtredingen van de bezettingswetgeving. De waarnemend Politie-President van Amsterdam werkte in deze periode nauw samen met de Duitse bezetter. De bureaucratische toon van de brief laat zien hoe de dagelijkse administratie simpelweg doorging, zelfs terwijl burgers om diverse redenen door het repressieve apparaat werden opgepakt.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek om informatie vanuit een administratief orgaan (mogelijk de distributiedienst of de marktwezen-afdeling van de gemeente) aan de Amsterdamse politie tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de zaak is de controle op de distributie van schaarse goederen (vis). Omdat de kleinhandelaar P.J. de Vos al maanden niet op de vismarkt is verschenen om zijn toegewezen vis op te halen en te verkopen, dreigt hij uit het systeem te worden geschrapt. De directeur heeft vernomen dat De Vos "ingesloten" (gevangen gezet) is. Er wordt specifiek gevraagd naar het "feit" waarvoor hij vastzit en of er een veroordeling is. Dit was cruciaal voor de gemeente om te bepalen of zijn vergunning of toewijzing behouden kon blijven of dat deze aan een ander moest worden overgedragen.

Historische Context

In 1943 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd via een bonnensysteem en centrale organisaties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (opgericht in 1941). Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins beschikbaar waren, hoewel vaak schaars.

De Dapperstraat, waar P.J. de Vos woonde, bevond zich in een buurt die in 1943 zwaar getroffen werd door de deportaties, al wijst de naam 'De Vos' niet direct op een Joodse achtergrond. De term "ingesloten" kon in deze periode op veel wijzen worden uitgelegd: arrestatie wegens zwarte handel (wat veel voorkwam in de vishandel), politieke verzetsactiviteiten, of andere overtredingen van de bezettingswetgeving. De waarnemend Politie-President van Amsterdam werkte in deze periode nauw samen met de Duitse bezetter. De bureaucratische toon van de brief laat zien hoe de dagelijkse administratie simpelweg doorging, zelfs terwijl burgers om diverse redenen door het repressieve apparaat werden opgepakt.

Gerelateerde Documenten 1