Dienstbrief (officiële correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie). 27 Augustus 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor de Vischmarkt of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). Aan den Heer waarnemend Politie-President, Amsterdam. [Handgeschreven, paars potlood:] Verzonden 27/8 [onleesbare initialen]
[Getypt:]
46b/239/4 M. G/RP.
27 Augustus 1943.
Aan den Heer waarnemend
Politie-President
Marnixstraat 260-264
<u>Amsterdam-Centrum</u> Wijk:7
Krachtens een door den Burgemeester en de Nederlandsche
Visseherijcentrale getroffen regeling wordt te dezer stede op
de Vischmarkt aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhan-
delaren visch toegewezen, die deze aan de bevolking moeten ver-
koopen, Iedere kleinhandelaar moet zooveel mogelijk zelf aan-
wezig zijn. Sedert eenige maanden ontbreekt de kleinhandelaar
P.J.de Vos, geboren 21-11-1919, wonende Dapperstraat 36 III.
Volgens mijn informatie zou de Vos zijn ingesloten.
Ingevolge opdracht van het Gemeentebestuur verzoek ik U beleefd
mij te doen weten, voor welk feit de Vos is ingesloten en of
reeds veroordeeling heeft plaats gehad.
Van den aard van Uw mededeeling ter zake zal het Gemeen-
tebestuur het laten afhangen of de Vos al dan niet in de ver-
deeling blijft opgenomen.
De Directeur, Deze brief is een zakelijk verzoek om informatie tussen twee overheidsinstanties in bezet Amsterdam. De kern van de zaak is de afwezigheid van een visboer, **P.J. de Vos** (geboren op 21 november 1919), die een standplaats had op de Vischmarkt.
Sinds enkele maanden is De Vos niet meer verschenen om zijn toegewezen vis op te halen en te verkopen aan de bevolking. Omdat de regels voorschrijven dat een handelaar persoonlijk aanwezig moet zijn, onderzoekt de directeur van de betreffende dienst waarom hij er niet is. Men heeft vernomen dat hij "ingesloten" (gedetineerd) is.
De directeur vraagt de Politie-President om opheldering:
1. Waarom zit De Vos vast?
2. Is hij al veroordeeld?
Het antwoord van de politie zal bepalen of De Vos zijn vergunning/toewijzing in het distributiesysteem mag behouden of dat hij uit de regeling wordt geschrapt. Dit illustreert de strikte controle op de voedselvoorziening en het vergunningenstelsel tijdens de oorlog. * Bezettingstijd: De brief dateert uit augustus 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland grimmiger werd. Voedselschaarste was aan de orde van de dag en de distributie werd streng gereguleerd.
* Nederlandsche Visscherijcentrale: Dit was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie (onderdeel van de landbouw- en voedselorganisaties) die de totale controle over de visvangst en -distributie moest waarborgen.
* Persoonsgegevens: De genoemde P.J. de Vos woonde in de Dapperstraat 36-III. De Dapperbuurt was een volksbuurt met in die tijd ook een aanzienlijke Joodse bevolking, al duidt de achternaam De Vos niet direct op een Joodse achtergrond. Het feit dat hij "ingesloten" zat in 1943 kon vele redenen hebben: zwarte handel, verzetsactiviteiten, of andere overtredingen van de bezettingswetten.
* Bureaucratie: Het document laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren onder het toeziend oog van de bezetter. De "waarnemend Politie-President" van Amsterdam was in deze periode vaak een NSB-er of een vertrouweling van de Duitsers. De beslissing om iemand uit een distributieregeling te verwijderen had grote economische gevolgen voor de betrokkene. P.J. de Vos NSB Politie