Doorslag van een getypte ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een getypte ambtelijke brief. 22 oktober 1945. De Directeur (vermoedelijk van de Nederlandsche Visscherij Centrale). 46b/249/2 M.
[handgeschreven in rood:] Verzonden 22/10
SV
22 October 1945.
Den Heer M.C.Spaargaren
Haarl.Houttuinen 48 II
Amsterdam-Centrum wijk 9
=======================
Hierdoor deel ik U mede, dat Uw ver-
zoek in zake vischtoewijzingen is behandeld
in een vergadering der door de Nederlandsche
Visscherij Centrale ingestelde Verdeelings-
commissie.
Mede gezien het advies dezer Commissie,
deel ik U mede, dat geen termen zijn ge-
vonden om Uw verzoek in te willigen, zoo-
dat dit hierbij wordt afgewezen. Herhaling
van het verzoek heeft geen nut, aangezien
tot 1 April 1944 de verdeellijsten niet
zullen worden gewijzigd.
De Directeur, * Onderwerp: Afwijzing van een aanvraag voor vis-toewijzingen (distributiequota).
* Besluitvorming: Het verzoek is getoetst door een specifieke 'Verdeelingscommissie'. De afwijzing is gebaseerd op het advies van deze commissie en het feit dat de huidige verdeellijsten vaststaan.
* Taalgebruik: Formeel en resoluut ("Herhaling van het verzoek heeft geen nut"). De terminologie ("geen termen zijn gevonden") is typisch voor de ambtelijke schrijftaal van die periode.
* Opvallend detail: In de laatste alinea wordt de datum "1 April 1944" genoemd. Aangezien de brief gedateerd is op 22 oktober 1945, betreft dit zeer waarschijnlijk een typefout en werd 1 april 1946 bedoeld. Het zou onlogisch zijn om in eind 1945 te stellen dat lijsten tot aan een datum in het verleden (1944) niet gewijzigd worden. Dit document is opgesteld slechts enkele maanden na de bevrijding van Nederland in mei 1945. Hoewel de oorlog voorbij was, verkeerde het land in de beginfase van de wederopbouw. Er was een grote schaarste aan voedsel en middelen, waardoor het distributiestelsel (de 'bonnentijd') nog volop van kracht was.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het centrale orgaan dat toezicht hield op de visvangst en de verdeling daarvan over de bevolking en de handel. De heer Spaargaren, wonend aan de Haarlemmer Houttuinen in Amsterdam (een gebied met veel pakhuizen en handel), was waarschijnlijk een vishandelaar of een instelling die extra voorraad probeerde te bemachtigen. De brief illustreert de bureaucratische strengheid waarmee schaarse middelen in het naoorlogse Nederland werden beheerd.