Archiefdocument
Origineel
29 september 1943 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier Verzonden 1/10 [ms]
VD/SV
46b/255/2 M.
Vischverdeeling. 29 September 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 17 dezer om advies ontvangen stuk no. 709 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat adressante in de vischverdeeling is opgenomen voor 2 kisten ongepelde garnalen per beurt; verder ontvangt zij gedurende het winterseizoen mosselen.
Ik heb haar verzoek doen behandelen in de door de Nederlandsche Visscherij Centrale ingestelde Verdeelings-commissie voor visch, die het volgende advies uitbrengt.
Mejuffrouw Licht van de Poel heeft in het geheel geen recht op zee- en riviervisch omdat zij deze artikelen nooit heeft verkocht; zij was voor den oorlog op de Vischmarkt geheel onbekend. Zij heeft de laatste jaren in beperkte mate in garnalen gehandeld, doch haar hoofdbron van inkomsten was de ijsverkoop. Ook dezen zomer heeft zij regelmatig met ijs gehandeld.
Op deze gronden adviseert de Verdeelingscommissie om haar verzoek af te wijzen, met welk advies ik mij kan vereenigen.
Ik geef U beleefd in overweging op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek tot toewijzing van visrantsoenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een zekere Mejuffrouw Licht van de Poel heeft gevraagd om te worden opgenomen in de distributie van zee- en riviervis.
De kernpunten uit het document zijn:
* Huidige toewijzing: De aanvrager ontvangt reeds 2 kisten garnalen per beurt en mosselen in de winter.
* Beoordelingscriteria: De "Verdeelingscommissie voor visch" (onderdeel van de Nederlandsche Visscherij Centrale) baseert haar oordeel op de situatie van vóór de oorlog. Omdat de aanvrager toen niet bekend was op de vismarkt en haar hoofdinkomsten uit ijsverkoop haalde, wordt zij niet gerechtigd geacht voor de schaarse zee- en riviervis.
* Conclusie: De directeur adviseert de wethouder om het verzoek officieel af te wijzen. Het document dateert van september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een nijpend tekort aan voedsel en waren bijna alle levensmiddelen streng gerantsoeneerd.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele keten van vangst tot distributie beheerde. Om te voorkomen dat mensen 'nieuwe' handeltjes begonnen in schaarse goederen, hanteerde de distributieorganen strikte regels: men kreeg alleen toewijzingen als men kon aantonen dat men voor de oorlog (meestal peildatum mei 1940) al in die specifieke branche werkzaam was. Dit bureaucratische systeem diende om de schaarste te beheersen, maar werd ook gebruikt om de economie onder controle te houden. De afwijzing in dit document is een treffend voorbeeld van hoe individuele ondernemers werden beperkt door de rigide distributieregels van de oorlogseconomie.