Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 8 september 1943. H. Hendriks, Kerkstraat 375, Amsterdam. De Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. AFSCHRIFT.
H. Hendriks,
Kerkstraat 375,
Amsterdam.
Amsterdam, 8 September 1943.
Aan de Ned. Visscherijcentrale,
's-Gravenhage.
Mijne Heeren,
Eenigen tijd geleden is op de markten alhier een vergunning uitgereikt voor het venten met visch en wel aan hen die reeds eerder hun bestaan vonden in het verkoopen van visch.
Tot mijn spijt was ik toen afwezig, ofschoon ook ik, evenals een paar broers van mij, met het venten met visch altijd in mijn onderhoud heb voorzien, wat bij velen bekend is.
Naar aanleiding hiervan verzoek ik U beleefd ook aan mij alsnog een ventvergunning te willen laten uitreiken, waarvoor mijn voorbaat mijn dank.
In afwachting, verblijve, met verschuldigde hoogachting,
w.g. H. Hendriks,
geb. te Amsterdam, 20 April 1873.
Voor eensluidend afschrift,
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening/Paraaf]
--- Dit document is een officieel "eensluidend afschrift" van een verzoekschrift geschreven door de 70-jarige H. Hendriks uit Amsterdam. Hendriks verzoekt om een ventvergunning voor vis, omdat hij een eerdere gelegenheid waarbij deze vergunningen werden uitgereikt aan gevestigde visverkopers had gemist door afwezigheid. Hij benadrukt dat hij (en zijn broers) van oudsher hun brood verdienen in deze handel.
De brief is zakelijk en formeel van toon, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheids- of semi-overheidsinstanties in die tijd. De vermelding van zijn geboortedatum onderaan de brief diende ter identificatie voor de administratie.
--- De brief is geschreven in september 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een organisatie die in 1941 door de bezetter was opgericht om de gehele vissector (vangst, handel en distributie) onder strikte controle te brengen.
In deze periode van schaarste en rantsoenering was het bezit van een officiële vergunning cruciaal om legaal handel te mogen drijven. De bezetter probeerde de informele handel (zoals straatventers) te reguleren of in te perken om grip te houden op de voedselvoorziening. Dat Hendriks op 70-jarige leeftijd nog probeert zijn vergunning te behouden of te verkrijgen, getuigt van de noodzaak om ook op late leeftijd in het eigen levensonderhoud te voorzien tijdens de moeilijke oorlogsjaren. Het feit dat dit een afschrift is in het archief van de NVC, wijst erop dat de aanvraag officieel in behandeling is genomen.