Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 341
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte conceptbrief met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen.

Oktober 1943 (verwijzingen naar 7, 18 en 28 oktober 1943). Van: Een onbekende ambtenaar (initialen VD/SV, mogelijk Sijpesteijn gezien de handgeschreven notitie rechtsboven). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te [Plaatsnaam niet vermeld, aangeduid als 'Alhier'].

Origineel

Getypte conceptbrief met uitgebreide handgeschreven correcties en kanttekeningen. Oktober 1943 (verwijzingen naar 7, 18 en 28 oktober 1943). Een onbekende ambtenaar (initialen VD/SV, mogelijk Sijpesteijn gezien de handgeschreven notitie rechtsboven). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te [Plaatsnaam niet vermeld, aangeduid als 'Alhier']. [Linksboven, in rood potlood:] 466/258/4
[Rechtsboven, getypt:] VD/SV.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Sijpesteijn [?]
[Midden boven, getypt en onderstreept:] C O N C E P T

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=============

Onderwerp: Vischverdeeling toewijzing F.E.W. Jansen.

Onder terugzending van het met Uw kant-
brief d.d. 18 October jl. om advies ontvangen stuk
no. 772 L.M. 1943 heb ik de eer U ten aanzien van het
zakelijke gedeelte van den onderhavigen brief het
volgende te berichten.
Sedert geruimen tijd wordt, ^zoals U bekend^ wanneer een
vischkoopman plotseling niet meer op de Vischmarkt
verschijnt, doordat hij in hechtenis is genomen, dezer-
zijds de toewijzing niet aan derden verstrekt, doch
wordt aan den waarnemend Politie-president ter zake
om nadere inlichtingen gevraagd. Het rapport van de
Politie wordt dan aan U overgelegd en aan de hand
daarvan beslist U, hoe met de vischtoewijzing moet
worden gehandeld.
Ik moge U herinneren aan Uw beslissingen
ten aanzien van Pedro (d.d. 29/4 '43 No. 55/10 L.M.),
de Vos (d.d. 5/10 '43 - no. 758 L.M.) ~~Wouters (d.d.~~
R.C. Boerkamp 26/5 '43 no. 55/20 L.M.
Toen het geval van F.E.W. Jansen te
mijner kennis kwam heb ik dezelfde gedragslijn doen
volgen^en^ op 7 October jl. zijn reeds schriftelijk
inlichtingen aan den waarnemenden Politie-President
gevraagd.
~~Tot nu toe heb ik geen antwoord hierop
ontvangen, doch zoodra dit binnenkomt, zal het rap-
port aan U ter beslissing worden voorgelegd.~~
Van ~~Met~~ het geval ~~van~~ Gerrit Lammers is U
volledig op de hoogte; ~~tvis~~ ^het^ ^echter^ voorgevallen, vóórdat
bovenbedoelde gedragslijn werd vastgesteld.
Het Commissie-lid Kl. Lammers heeft deze
aangelegenheid destijds persoonlijk met U behandeld.
Ten aanzien van ~~broer van den betrokkene~~ het geval
De Kort kan ik het volgende rapporteeren: Zie / A.
Wat het ontvangen van de toewijzingen van

[Handgeschreven in linker marge:]
Inmiddels heb ik d.d. 28 Oct. het antwoord hierop ontvangen dat ik u hierbij in afschrift overleg. Ter beslissing van de zaak Jansen zal ik nadere gegevens.
/Broer van den betrokkene, Dit document is een ambtelijk concept waarin de procedure wordt besproken voor het intrekken of overdragen van visquota (toewijzingen) wanneer een viskoopman "in hechtenis is genomen". De tekst laat zien dat er een vaste gedragslijn is ontwikkeld: bij afwezigheid door arrestatie wordt er eerst advies gevraagd aan de (waarnemend) Politie-president voordat de wethouder een besluit neemt over de toewijzing.

De vele doorhalingen en toevoegingen tonen het proces van dossiervorming. Een hele alinea over het ontbreken van een antwoord van de politie is doorgehaald omdat, zoals de kantlijnnotitie van 28 oktober aangeeft, het antwoord inmiddels binnen is. Er worden verschillende referentiezaken genoemd (Pedro, De Vos, Boerkamp, Lammers, De Kort) om de consistentie van het beleid aan te tonen. De brief dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de schaarste en het distributiesysteem dat destijds van kracht was. Vis was een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening, en de handel hierin was streng gereguleerd via vergunningen en toewijzingen.

De passage over kooplieden die "in hechtenis zijn genomen" is veelzeggend voor de tijdgeest. In 1943 vonden er op grote schaal arrestaties plaats door de bezetter of de collaborerende politie (bijvoorbeeld vanwege verzetsactiviteiten, hulp aan onderduikers, zwarte handel of de Jodenvervolging). De gemeente moest in dergelijke gevallen beslissen wat er met de economische rechten (het visquotum) van de arrestant gebeurde. Het feit dat de "Politie-president" (een functie die tijdens de bezetting werd ingevoerd om de politie onder directer gezag te plaatsen) om inlichtingen werd gevraagd, onderstreept de nauwe verwevenheid tussen het civiele bestuur en het repressieve politieapparaat in oorlogstijd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept waarin de procedure wordt besproken voor het intrekken of overdragen van visquota (toewijzingen) wanneer een viskoopman "in hechtenis is genomen". De tekst laat zien dat er een vaste gedragslijn is ontwikkeld: bij afwezigheid door arrestatie wordt er eerst advies gevraagd aan de (waarnemend) Politie-president voordat de wethouder een besluit neemt over de toewijzing.

De vele doorhalingen en toevoegingen tonen het proces van dossiervorming. Een hele alinea over het ontbreken van een antwoord van de politie is doorgehaald omdat, zoals de kantlijnnotitie van 28 oktober aangeeft, het antwoord inmiddels binnen is. Er worden verschillende referentiezaken genoemd (Pedro, De Vos, Boerkamp, Lammers, De Kort) om de consistentie van het beleid aan te tonen.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de schaarste en het distributiesysteem dat destijds van kracht was. Vis was een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening, en de handel hierin was streng gereguleerd via vergunningen en toewijzingen.

De passage over kooplieden die "in hechtenis zijn genomen" is veelzeggend voor de tijdgeest. In 1943 vonden er op grote schaal arrestaties plaats door de bezetter of de collaborerende politie (bijvoorbeeld vanwege verzetsactiviteiten, hulp aan onderduikers, zwarte handel of de Jodenvervolging). De gemeente moest in dergelijke gevallen beslissen wat er met de economische rechten (het visquotum) van de arrestant gebeurde. Het feit dat de "Politie-president" (een functie die tijdens de bezetting werd ingevoerd om de politie onder directer gezag te plaatsen) om inlichtingen werd gevraagd, onderstreept de nauwe verwevenheid tussen het civiele bestuur en het repressieve politieapparaat in oorlogstijd.

Gerelateerde Documenten 1