Ambtelijk schrijven / Rapportage
Origineel
Ambtelijk schrijven / Rapportage 13 oktober 1939 Een werkelooze schoenmaker heeft blijkens schrijven 27/96/1
Sept. l.l. bij den Wethouder een klacht ingediend dat op de
Ten Katestraatmarkt het schoenmakersbedrijf wordt uit-
geoefend. De p.h. G. Drukker verkoopt gummi-hakken en
zolen die hij onder de schoenen bevestigd, terwijl hij een
stikmachine bij zich heeft. De p.h. R. Waker verkoopt en
handelt overeenkomstig G. Drukker en heeft toestemming
voor assistentie. Na een bespreking in Sept. l.l. heeft
Waker mij verklaard dat hij geen risico wil loopen en
daarom zonder assistent zal werken. Hij wil trachten
te voorkomen dat niet kan worden geconcludeerd dat
het schoenmakersbedrijf op de markt wordt uitgeoefend.
Indien Drukker de gevraagde assistentie wordt toegestaan
dan wordt de schijn grooter dat men andermaal zal
gaan spreken dat een schoenmakersbedrijf op de markt is
gevestigd. In verband met vorenstaande vermeen ik dat
het in het belang van Drukker is, de gevraagde assistentie
niet toe te staan.
Amsterdam, 13 Oct '39
(w.g.) [onleesbaar initiaal/handtekening] * Kern van het geschil: Een werkloze schoenmaker heeft geklaagd dat marktkooplieden (G. Drukker en R. Waker) op de Ten Katestraatmarkt méér doen dan alleen producten verkopen. Door hakken en zolen direct te bevestigen en een stikmachine te gebruiken, oefenen zij feitelijk het ambacht van schoenmaker uit op de markt.
* Juridisch/Reglementair aspect: Er bestond blijkbaar een strikt onderscheid tussen 'verkoop' (toegestaan op de markt) en 'bedrijfsuitoefening/ambacht' (voorbehouden aan gevestigde winkels/werkplaatsen). De aanwezigheid van een stikmachine wordt hier als bewijslast gezien voor illegale bedrijfsuitoefening.
* Besluitvorming: De rapporteur adviseert om een verzoek voor een assistent af te wijzen. De redenering is tactisch: door assistentie te weigeren, wordt voorkomen dat de kraam de uitstraling van een volwaardig bedrijf krijgt, wat Drukker uiteindelijk zou kunnen beschermen tegen verdere juridische stappen of klachten over oneerlijke concurrentie. Dit document stamt uit oktober 1939, een periode van economische spanning en de vroege mobilisatie in Nederland (vlak voor de Tweede Wereldoorlog). In deze tijd was de concurrentie tussen ambulante handel (markt) en vaste nering (winkels) groot. De gemeente Amsterdam hanteerde strikte marktverordeningen om de gevestigde middenstand te beschermen tegen "beunhazerij" of oneerlijke concurrentie door marktkooplieden die zonder de lasten van een winkelpand toch ambachtelijke diensten aanboden. De Ten Katemarkt in Oud-West was (en is) een van de drukkere markten waar dergelijke conflicten regelmatig voorkwamen. G. Drukker R. Waker Gemeente Amsterdam