Archiefdocument
Origineel
29 september 1943 Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage (ondertekend namens de directie) Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING: Verd.
BETREFFENDE: verdeeling
'S-GRAVENHAGE, 29 September 1943.
BERICHT OP SCHRIJVEN: —
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 23653/V/Vij.
BIJLAGEN: ... STUKS, T.W.
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM.-
No. 46 6/264/1 M. 1943 1/10
Te onzen kantore vervoegde zich Haag-Hoogenstein, Brouwersgracht 123 I, A.de Groot, Groen van Prinstererstraat 95$^I$ en M.de Groot, Groen van Prinstererstraat № 77 huis, allen te Amsterdam, met verzoek om aan Uw afslag voor een toewijzing voor versche visch in aanmerking te komen.
Als motief voor bovenvermeld verzoek werd opgegeven, dat zij rookers zijn, althans in het bezit van een rookvergunning waren, doch in verband met de omstandigheid, dat de aal van de verdeeling is uitgesloten, weinig of niets krijgen toegewezen.
Wij verzoeken U ons in dezen wel te willen adviseeren.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening]
GO.
[Handgeschreven in linkermarge:]
In verdeelings-
commissie
meerdere
malen be-
sproken.
Commissie
neemt stand-
punt in dat
aan rookerij
geen versch.
visch kan
worden toege-
wezen.
11-10-'43
[Paraaf]
[Voetnoot document:]
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 40710 - 20000 - 12 - '42 - V.V.O. 1001 - K 983 Dit document betreft een verzoek van drie Amsterdamse visrokers (Haag-Hoogenstein en twee leden van de familie De Groot) voor een toewijzing van verse vis. Vanwege de oorlogsomstandigheden was de distributie van vis streng gereguleerd door de Nederlandsche Visscherijcentrale.
De verzoekers geven aan dat zij normaal gesproken aal (paling) roken, maar omdat aal is uitgesloten van de algemene "verdeeling" (distributie), zitten zij zonder werk en inkomen. Zij vragen daarom om verse vis te mogen inkopen op de afslag om deze te verwerken.
De centrale vraagt de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam om advies over deze zaak. Echter, de handgeschreven notitie in de kantlijn van 11 oktober 1943 bevat de definitieve beslissing: de verdeelingscommissie heeft het vaker besproken en blijft bij het standpunt dat er aan rokerijen geen verse vis wordt toegewezen. Het verzoek is dus afgewezen. Het document dateert uit september/oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een in 1941 door de bezetter ingesteld orgaan dat de volledige controle had over de visserij, de handel en de distributie van visproducten.
In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel. Vis was een belangrijke eiwitbron, maar de vangst was beperkt door de gevaren op zee en de vorderingen van schepen door de Kriegsmarine. De "verdeeling" was het systeem van rantsoenering en toewijzing aan handelaren en verwerkers.
Specifieke producten zoals aal werden vaak buiten de reguliere distributie gehouden, soms voor export naar Duitsland of vanwege de hoge waarde op de zwarte markt. Dit document illustreert de bureaucratische strijd van kleine ondernemers (rokers) om te overleven binnen een verstikkend systeem van distributie en verboden. De starre houding van de commissie ("geen versch. visch kan worden toegewezen") toont aan hoe weinig ruimte er was voor individuele noodsituaties binnen de oorlogseconomie. T.W. Marktwezen