Handgeschreven verzoekschrift (mogelijk een briefkaart).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (mogelijk een briefkaart). Weduwe R. Stout-Boorden. aan Mijn Heeren B W
Hierbij verzoek ik U
beleefd in aanmerking
te mogen komen voor
een toewijzing van
mossellen, daar er op
het oogenblik met zuur-
waren niets te verdienen
is, en mijn overleden
echtgenoot vroeger op
de standplaats ook
mossellen heeft
verkocht Uw Hoogachtend
Wed R Stout-Boorden
46 D De schrijfster van dit document, de weduwe R. Stout-Boorden, richt een formeel verzoek aan het gemeentebestuur (Burgemeester en Wethouders). Ze vraagt om een vergunning of toewijzing voor de verkoop van mosselen.
Haar argumentatie is tweeledig:
1. Economische noodzaak: Ze geeft aan dat haar huidige handel in "zuurwaren" (zoals ingelegde uien of augurken) momenteel niet rendabel is.
2. Historische rechtvaardiging: Ze beroept zich op de traditie van haar overleden echtgenoot, die blijkbaar op dezelfde standplaats in het verleden ook al mosselen verkocht.
Het handschrift is regelmatig en getuigt van een zekere geoefendheid. De taal is uiterst hoffelijk en volgt de formele conventies van die tijd ("beleefd in aanmerking te mogen komen", "Uw Hoogachtend"). Dit document illustreert de precaire positie van weduwen in de vroege 20e eeuw, die vaak de nering van hun overleden man voortzetten om in hun levensonderhoud te voorzien. Standplaatsen op markten of op straat waren gebonden aan strikte gemeentelijke toewijzingen voor specifieke producten. Wanneer de markt voor een bepaald product (in dit geval zuurwaren) instortte, was men voor een omschakeling naar een ander product (zoals mosselen) volledig afhankelijk van de welwillendheid van de lokale overheid. De verwijzing naar de "overleden echtgenoot" diende hierbij als een krachtig argument om de continuïteit en de betrouwbaarheid van de verkoopster aan te tonen. R. Stout