Laatste pagina van een handgeschreven brief.
Origineel
Laatste pagina van een handgeschreven brief. 10 november 1943 (gebaseerd op administratieve aantekening). G. van Altena, wonende aan de Kets 33 A te Marken. Hoopende dat U Ed. zijn verzoek
ernstig wil bestudeeren daar het
voor hem een broodvraagstuk is.
Hoog achtend
Uw dw. dr.
G. van Altena.
Kets 33 A
Marken.
[Marginale aantekeningen:]
In potlood:
afwijzen
10-11-’43
[onleesbaar initiaal, mogelijk dH]
In rode inkt:
y 466/286/2 De brief is een formele afsluiting van een verzoekschrift. De afzender, G. van Altena, treedt op als pleitbezorger voor een derde partij ("zijn verzoek"). De gebruikte term "broodvraagstuk" is een krachtige uitdrukking die aangeeft dat de beslissing over het verzoek direct van invloed is op de mogelijkheid van de betrokkene om in zijn levensonderhoud te voorzien.
Het document toont de ambtelijke afhandeling: ondanks de dringende formulering is er met potlood de korte instructie "afwijzen" op genoteerd. Dit duidt op een negatieve beslissing door de ontvangende instantie. De rode cijfercombinatie linksonder is een klassiek archief- of dossierkenmerk voor administratieve ordening. Het document is geschreven in november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren veel verzoeken aan de overheid gerelateerd aan de oorlogsomstandigheden, zoals vrijstellingen voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), verzoeken om extra distributiebonnen of vergunningen om schaarse middelen.
De locatie Marken was destijds een geïsoleerde visserijgemeenschap. De term "broodvraagstuk" kan hier specifiek wijzen op de precaire situatie van vissers of kleine zelfstandigen die door oorlogsrestricties hun beroep niet meer konden uitoefenen. De formele afsluiting "Uw dw. dr." staat voor "Uw dienstvaardige dienaar", een in die tijd gebruikelijke beleefdheidsformule in correspondentie met autoriteiten. G. van Altena