Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 477
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief / Verzoekschrift

24 november 1943 Van: G. J. Hendriks Jr., v. Bastelaerstraat 11 boven, Amsterdam

Origineel

Brief / Verzoekschrift 24 november 1943 G. J. Hendriks Jr., v. Bastelaerstraat 11 boven, Amsterdam [Linksboven in rood potlood:]
Inschrijven
Vrij. a. d. Dinsdag

[Midden boven:]
No. 466/294/1 M. 1943 [met handgeschreven toevoeging 25/11]

[Rechtsboven:]
545

Amsterdam 24-11-1943

W. E. Heer

Ondergeteekende heeft p. l. voorjaar een toewijzing aangevraagd voor zee en riviervisch. Hij heeft die toewijzing, op de gegevens toen door hem aan U verstrekt, mogen krijgen doch met de voorwaarde daaraan verbonden dat de hem toegewezen aal niet door hem mocht worden gerookt. Hij heeft toen deze voorwaarde niet aangedurfd bang als hij was, als geen verwerker van visch meer zijnde, naar het buitenland te worden gestuurd. U heeft dat toen gebillijkt en met hem afgesproken dat mocht deze rede van niet aanneming vervallen hij dit dan in ’t najaar aan U bekend moest maken dan zou U zien hem dan alsnog aan een toewijzing te kunnen helpen.

Aangezien ondergeteekende nadien bij geruime tijd niets meer te rooken heeft gehad, wat als rede opgegeven zou kunnen worden voor niet uitzending, verzoekt hij U beleefd alsnog de toewijzing te mogen ontvangen.

Hopende op een zeer gunstig antwoord van dit schrijven tekent hij
Hoogachtend
G. J. Hendriks Jr.
v. Bastelaerstraat 11 boven
Amsterdam

[Rechtsonder in potlood:]
1 x kabelj.
2 x zeevisch
2 x aal
3 x garnale
1 x ger. visch

[Onderaan:]
Opb. [Opgeborgen]
[Paraaf] In deze brief verzoekt G. J. Hendriks Jr. om een herziening van een eerdere vis-toewijzing. De kern van het schrijven is de angst voor de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland).

De schrijver had eerder een toewijzing gekregen, maar daar zat de beperking aan vast dat hij de toegewezen aal niet zelf mocht roken. Hij weigerde dit destijds, omdat hij vreesde dat hij – als hij niet langer officieel als 'visverwerker' (roker) te boek stond – zijn vrijstelling voor tewerkstelling in het buitenland zou verliezen. Hij wilde aantoonbaar werkzaam blijven in de visverwerking om uitzending te voorkomen.

Nu, in het najaar van 1943, komt hij terug op de afspraak met de ambtenaar om alsnog de toewijzing te ontvangen, aangezien hij blijkbaar een andere reden of status heeft gevonden om niet uitgezonden te worden, of omdat de noodzaak voor de visleverantie nu groter is. De potloodnotities aan de rechterzijde lijken de specifieke rantsoenen of toewijzingen te bevatten die voor hem zijn gereserveerd (kabeljauw, zeevis, aal, garnalen en gerookte vis). Het document dateert uit november 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de druk op de Nederlandse bevolking voor de Arbeitseinsatz opvoerde. Vaklieden in de voedselvoorziening konden vaak aanspraak maken op een 'Sperre' (vrijstelling).

De brief illustreert de precaire positie van kleine ondernemers en ambachtslieden tijdens de bezetting: elke wijziging in hun bedrijfsactiviteit (zoals het niet meer zelf mogen roken van vis) kon directe gevolgen hebben voor hun status als 'onmisbaar' personeel, met het risico op deportatie naar Duitse werkkampen of fabrieken tot gevolg. Tevens geeft het document inzicht in de strikte regulering van de vismarkt door de distributiediensten tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

In deze brief verzoekt G. J. Hendriks Jr. om een herziening van een eerdere vis-toewijzing. De kern van het schrijven is de angst voor de Arbeitseinsatz (de gedwongen tewerkstelling in Duitsland).

De schrijver had eerder een toewijzing gekregen, maar daar zat de beperking aan vast dat hij de toegewezen aal niet zelf mocht roken. Hij weigerde dit destijds, omdat hij vreesde dat hij – als hij niet langer officieel als 'visverwerker' (roker) te boek stond – zijn vrijstelling voor tewerkstelling in het buitenland zou verliezen. Hij wilde aantoonbaar werkzaam blijven in de visverwerking om uitzending te voorkomen.

Nu, in het najaar van 1943, komt hij terug op de afspraak met de ambtenaar om alsnog de toewijzing te ontvangen, aangezien hij blijkbaar een andere reden of status heeft gevonden om niet uitgezonden te worden, of omdat de noodzaak voor de visleverantie nu groter is. De potloodnotities aan de rechterzijde lijken de specifieke rantsoenen of toewijzingen te bevatten die voor hem zijn gereserveerd (kabeljauw, zeevis, aal, garnalen en gerookte vis).

Historische Context

Het document dateert uit november 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de druk op de Nederlandse bevolking voor de Arbeitseinsatz opvoerde. Vaklieden in de voedselvoorziening konden vaak aanspraak maken op een 'Sperre' (vrijstelling).

De brief illustreert de precaire positie van kleine ondernemers en ambachtslieden tijdens de bezetting: elke wijziging in hun bedrijfsactiviteit (zoals het niet meer zelf mogen roken van vis) kon directe gevolgen hebben voor hun status als 'onmisbaar' personeel, met het risico op deportatie naar Duitse werkkampen of fabrieken tot gevolg. Tevens geeft het document inzicht in de strikte regulering van de vismarkt door de distributiediensten tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 1