Ambtsverslag / Proces-verbaal van inbeslagname (Marktwezen).
Origineel
Ambtsverslag / Proces-verbaal van inbeslagname (Marktwezen). 13 januari 1943. No. 46/2/1 M. 1943 17/ [rechterbovenhoek:] 503
Amsterdam 13-1 '43.
m.i. rapp. [?]
Ondergetekende, heeft in opdracht van
den Heer de Haan, van de navolgende
personen visch in beslag genomen:
Ph. Zwart,
geb. 16-5-89 wonende Pretoriusstr 33 II.
32 pakjes sprot file, 35 gerookte sprot
en 16 gezouten bliek en van
M. aan het Rot,
geb 10-11-19 wonende Sourabajastr 44 II
49 pakjes gerookte sprot
Zwart stond met bovengenoemde
artikelen op de markt Dapperplein en
aan 't Rot stond met een mand,
waarin hij zijn sprot had uitgestald
in de Javastraat.
Beide personen hebben deze visch
niet van de verdeeling gehad.
Den Heer Inspecteur
Marktwezen.
De controleur,
M de Groot
[Handgeschreven kanttekening linksonder:]
Ph. Zwart moet m.i.
worden uitgesloten van
toewijzing 20-1-43
de Haan
[Voorgedrukte voetnoot:]
Ventverordening model 15. 10.000-1-'37-388 Dit ambtelijke verslag documenteert een repressieve maatregel tegen illegale handel in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Controleur De Groot rapporteert de inbeslagname van diverse partijen vis (sprotfilet, gerookte sprot en gezouten bliek).
De juridische kern van de overtreding staat in de zin: "Beide personen hebben deze visch niet van de verdeeling gehad." Dit betekent dat de vis buiten het officiële rantsoeneringssysteem om was verkregen en verhandeld. In de context van de oorlogs-economie werd dit vervolgd als een economisch delict (zwarte handel).
Opvallend is de disciplinaire maatregel die linksonder wordt voorgesteld door 'De Haan'. Hij adviseert om Ph. Zwart uit te sluiten van de "toewijzing" van 20 januari 1943. Voor een marktkoopman betekende dit een uitsluiting van de legale toevoer van goederen, wat in feite een beroepsverbod of zware broodroof inhield. Het document illustreert de totale controle van de bezettingsmacht en de collaborerende gemeentelijke instanties op de voedselvoorziening in 1943. Terwijl de schaarste in de stad toenam, werd de informele handel op markten zoals het Dapperplein en in straten zoals de Javastraat streng beteugeld.
De genoemde locaties bevinden zich alle in Amsterdam-Oost (de Indische Buurt en de Transvaalbuurt). De "Ventverordening" waarnaar in het formulier wordt verwezen, was de lokale wetgeving die straathandel reguleerde, maar die tijdens de oorlog primair werd gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de distributiewetten. Het verslag toont aan hoe zelfs relatief kleine hoeveelheden vis (enkele tientallen pakjes) onderwerp waren van strikte bureaucratische controle en strafmaatregelen. De Groot (Controleur) M. de Groot Marktwezen (Inspecteur) Marktwezen