Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 538
Dossier 39
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtsedig rapport / Verklaring.

7 januari 1943 (hoofdtekst) en 11 januari 1943 (kanttekening).

Origineel

Ambtsedig rapport / Verklaring. 7 januari 1943 (hoofdtekst) en 11 januari 1943 (kanttekening). die hiertoe opdracht zou hebben gehad van den
Heer de Boer, en deze gevraagd of hij
de kist schar visch weghalen om ze te
verkoopen, waarop Slipman deze kist
scharen heeft weggehaald op 26-12-’42 en
in zijn hal verkocht.
Hij, Slipman, heeft een en ander bevestigd
en verklaarde voor deze scharen fl 0.35 per
kg te hebben betaald.
Slipman was ook van mening dat deze
scharen niet van 23 t/m 28 Dec hadden kunnen
blijven staan omdat ze al twee dagen onderweg
waren zonder ijs.

Hiervan is door mij, op verzoek
van den Heer Visscher opgemaakt dit rapport
te Amsterdam den 7den Januari 1943

De Controleur Centrale Controledienst
[Signatuur: J. Hogerwerf]
597

[Onderste gedeelte, ander handschrift:]
Inderdaad is door mij
geen bezwaar gemaakt, dat
Sijmonsberg garnalen
af zou staan aan Teeuwen.
Hiervan heb ik echter niet
gesproken. De conclusie
dat Sijmonsberg schar kon
leveren aan Teeuwen, omdat
deze garnalen kon betrekken
van Sijmonsberg, is dan
ook onjuist.
Roozema (Zwaag) heeft van
de overdracht van schar aan
Teeuwen geen mededeeling aan
vischmarkt, dus geen aanvoergeld
betaald. 11-1-’43 de Boer Het document is een verslag van een controleur van de Centrale Controledienst (CCD) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een onderzoek naar de handel in schar (vis) en garnalen.

De kern van de zaak is dat een zekere Slipman een kist schar heeft verkocht op 26 december 1942, naar eigen zeggen in opdracht van de heer De Boer. Een belangrijk detail is de staat van de vis: Slipman voert aan dat de vis direct verkocht moest worden omdat deze al twee dagen zonder ijs onderweg was en de houdbaarheid (van 23 tot 28 december) in gevaar was. De betaalde prijs was 35 cent per kilo.

In de aanvullende aantekening onderaan (gedateerd 11 januari 1943) reageert De Boer op het rapport. Hij stelt dat hij weliswaar toestemming gaf voor de overdracht van garnalen, maar dat dit niet automatisch betekende dat er ook schar geleverd mocht worden. Bovendien merkt hij op dat er geen melding is gemaakt bij de vismarkt, waardoor er geen aanvoergeld (belasting/marktgelden) is betaald, wat duidt op een illegale of buiten-markt om gepleegde transactie. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd. De Centrale Controledienst (CCD) was belast met het opsporen van zwarte handel, prijsopdrijving en overtredingen van de distributiewetten.

De vissector was sterk aan banden gelegd; alle vis moest via officiële visafslagen en markten worden verhandeld om de distributie en prijzen te controleren. Het "buiten de markt om" verhandelen van vis, zoals in dit document gesuggereerd wordt (geen aanvoergeld betaald), werd beschouwd als een economisch delict. Het argument van Slipman over het gebrek aan ijs was een veelvoorkomend verweer om snelle, clandestiene verkopen te rechtvaardigen onder het mom van "voedselverspilling voorkomen". Slipman de Boer Visscher J. Hogerwerf (Controleur) Sijmonsberg Teeuwen Roozema.

Samenvatting

Het document is een verslag van een controleur van de Centrale Controledienst (CCD) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een onderzoek naar de handel in schar (vis) en garnalen.

De kern van de zaak is dat een zekere Slipman een kist schar heeft verkocht op 26 december 1942, naar eigen zeggen in opdracht van de heer De Boer. Een belangrijk detail is de staat van de vis: Slipman voert aan dat de vis direct verkocht moest worden omdat deze al twee dagen zonder ijs onderweg was en de houdbaarheid (van 23 tot 28 december) in gevaar was. De betaalde prijs was 35 cent per kilo.

In de aanvullende aantekening onderaan (gedateerd 11 januari 1943) reageert De Boer op het rapport. Hij stelt dat hij weliswaar toestemming gaf voor de overdracht van garnalen, maar dat dit niet automatisch betekende dat er ook schar geleverd mocht worden. Bovendien merkt hij op dat er geen melding is gemaakt bij de vismarkt, waardoor er geen aanvoergeld (belasting/marktgelden) is betaald, wat duidt op een illegale of buiten-markt om gepleegde transactie.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd. De Centrale Controledienst (CCD) was belast met het opsporen van zwarte handel, prijsopdrijving en overtredingen van de distributiewetten.

De vissector was sterk aan banden gelegd; alle vis moest via officiële visafslagen en markten worden verhandeld om de distributie en prijzen te controleren. Het "buiten de markt om" verhandelen van vis, zoals in dit document gesuggereerd wordt (geen aanvoergeld betaald), werd beschouwd als een economisch delict. Het argument van Slipman over het gebrek aan ijs was een veelvoorkomend verweer om snelle, clandestiene verkopen te rechtvaardigen onder het mom van "voedselverspilling voorkomen".

Genoemde Personen 7

Slipman de Boer Visscher J. Hogerwerf (Controleur) Sijmonsberg Teeuwen Roozema.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 1