Ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder hoofding).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder hoofding). 24 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markt- of Distributiedienst). [Links boven, handgeschreven aantekening:]
Verzonden 22/2 [onleesbaar/3]
[Rechts boven:]
HB.
den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen,
A l h i e r.
46c/15/lbM. 1. 24 Februari 1943.
Uitsluiting verdeeling
K.Visser.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen af-
schrift van een rapport van twee contrôleurs Landbouw-crisis-
wet, waaruit blijkt, dat K.Visser, geboren 20 October 1896,
wonende Koninginneweg 155 B I, alhier, zich op 4 Februari jl.
heeft schuldig gemaakt aan het koopen van visch buiten de
verdeeling aan den Afslag te dezer stede om en boven den ma-
ximumprijs.
In verband met deze overtredingen heb ik Visser voor-
noemd voorloopig van de verdeeling van visch geschorst, ter-
wijl ik U beleefd in overweging geef wel te willen bevorderen,
dat Visser voornoemd bij Besluit van den Burgemeester wordt
gestraft met uitsluiting van de verdeeling aan den Afslag
alhier voor den tijd van zes maanden.
De Directeur, Dit document betreft een ambtelijke correspondentie tijdens de Tweede Wereldoorlog waarin een sanctie wordt voorgesteld voor een economisch delict. De betrokkene, K. Visser, wordt ervan beschuldigd vis te hebben gekocht buiten het officiële toewijzingssysteem om ("buiten de verdeeling") en bovendien tegen een prijs die hoger lag dan de wettelijk vastgestelde maximumprijs.
De directeur die de brief schrijft, heeft de man reeds voorlopig geschorst, maar verzoekt de wethouder om een formeel besluit van de burgemeester te bewerkstelligen. De voorgestelde straf is een uitsluiting van zes maanden van de visafslag. Dit was in een tijd van schaarste en rantsoenering een zeer zware straf, aangezien het de betrokkene de mogelijkheid ontnam om legaal in zijn levensonderhoud te voorzien of producten te verkrijgen. De brief is geschreven in februari 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland gepaard ging met een steeds nijpender wordende voedselschaarste en een streng gecontroleerde distributie-economie. De genoemde "Landbouwcrisiswet" werd door de bezetter gebruikt om de productie, prijsstelling en distributie van levensmiddelen strikt te reguleren.
Overtredingen van deze wetten, zoals handel op de zwarte markt of het overschrijden van maximumprijzen, werden zwaar bestraft om de controle over de voedselvoorziening te behouden en de Duitse oorlogsmachine te kunnen blijven bevoorraden. De burgemeester had onder het bezettingsregime uitgebreide bevoegdheden om dergelijke administratieve sancties op te leggen zonder tussenkomst van een rechter. De adresvermelding "Koninginneweg" suggereert dat dit document afkomstig is uit een grotere Nederlandse stad (mogelijk Amsterdam of Den Haag, gezien de straatnaam en de structuur van het ambtelijk apparaat).