Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 17 mei 1943 (stempel), refererend aan een schrijven van 12 mei 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). De Secretaris der Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. No. 466/15/18 M. 1943 22/5 [handgeschreven]
Aan
den Secretaris der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
's-G_R_A_V_E_N_H_A_G_E
L.M. 55/8 12 Mei '43 17 Mei 1943.
-1943- 12710 J.Z./Gr.
uitsluiting vischverdeeling K.Visser.
In antwoord op Uw schrijven van 12 Mei j.l., No. 12710 J.Z./Gr
bericht ik U het volgende.
Kl.Visser is, wegens het koopen van visch buiten den afslag
hier ter stede om, door mij tot 4 Aug. van de vischverdeeling uit-
gesloten, dus voor een termijn van zes maanden.
Thans verzoekt U mij, op grond van een beslissing van de Neder-
landsche Visscherij Centrale de uitsluiting van Visser heden, 17 Mei,
te doen beëindigen. Ik kan echter aan dat verzoek niet voldoen,
daar Visser volgens de hier ter stede geldende strafmaat gestraft is.
Ik ben verder van oordeel, dat, daar de regeling van den
vischverkoop via den Gemeentelijken afslag in mijn handen berust,
ook de straffen bij overtredingen door vischverkoopers door mij die-
nen te worden bepaald.
vM De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
(get.) Hv. Bussem de Gemeentesecretaris, cs. Deze brief betreft een juridisch/administratief conflict over de bevoegdheid om straffen op te leggen aan vishandelaren tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- De overtreding: Een zekere K. Visser (waarschijnlijk Klaas Visser) heeft vis gekocht "buiten den afslag om". Dit betekende dat hij de officiële distributiekanalen en prijsbeheersing ontduikte, wat in oorlogstijd als een ernstig economisch delict werd beschouwd (zwarte handel).
- De straf: De burgemeester heeft Visser voor zes maanden uitgesloten van de visverdeling (tot 4 augustus 1943).
- Het conflict: De overkoepelende landelijke organisatie (Nederlandsche Visscherijcentrale) wilde de straf voortijdig beëindigen op 17 mei. De burgemeester van Amsterdam weigert dit categorisch.
- Machtsaanspraak: De burgemeester (Voûte) stelt expliciet dat hij de autoriteit heeft over de Gemeentelijke afslag en dat hij daarom ook degene is die de strafmaten bepaalt. Hij pikt de inmenging van de centrale organisatie uit Den Haag niet. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was op dat moment de door de Duitsers aangestelde (regeringscommissaris-)burgemeester van Amsterdam.
De voedselsituatie was in 1943 precair. Alles was op de bon en de handel werd streng gecontroleerd door instanties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale om de export naar Duitsland en de beperkte binnenlandse distributie in goede banen te leiden. Het "buiten de afslag om" handelen ondermijnde dit systeem.
De brief illustreert de bureaucratische strijd tussen lokaal bestuur en centrale (vaak door de bezetter gecontroleerde of hervormde) organen. Voûte, hoewel collaborerend, hield strikt vast aan zijn gemeentelijke autonomie op gebieden als marktwezen en lokale handhaving. De genoemde termijn van zes maanden wijst op een streng handhavingsbeleid tegen economische overtredingen in deze periode. K. Visser Marktwezen