Administratief/politioneel rapport betreffende economische delicten (voedselvoorziening).
Origineel
Administratief/politioneel rapport betreffende economische delicten (voedselvoorziening). 5 mei 1943. [Bovenaan gecentreerd:]
– 2 –
goederen. Vrees beweert, dat hij voor deze visch
tabak had gegeven en dat hij de visch bewaarde
om weer tegen andere goederen te ruilen. Aange-
zien Vrees Sr. een marktplaats bezet op de Linden-
gracht had hij, ter voorkoming van diefstal de
visch in den winkel van zijn zoon gezet. Deze
zou verder echter niets met de zaak te maken heb-
ben.
[Linkermarge handgeschreven bij tekst over bederf:]
T doordat hij
deze te lang heeft
vastgehouden.
[Vervolg getypte tekst met handgeschreven correcties:]
De visch in deze mand was gedeeltelijk
bedorven en is door den Keurmeester afgekeurd.
Vrees Sr. geeft toe, dat het ~~een schande is,~~ ^an zijn schuld is^ ~~dat~~
~~hij de visch zoo lang heeft vastgehouden, dat~~
~~deze in bedorven toestand kwam te verkeeren.~~ ^te wijten dat de visch bedierf.^ Hij
geeft verder toe, dat hij door visch van Ymuiden
te betrekken, de bepalingen van het 2e Uitvoerings-
besluit heeft overtreden.
P. Vrees Sr, wonende Korte Prinsen-
gracht 25 I, marktplaats Lindengracht is in de
verdeeling opgenomen voor 2 x zoetw.visch; 2 x aal;
1 x zeevisch, 4 k. ongepelde garnalen; 4 k, gep.
garnalen; 1 x ger. visch.
P. Vrees Jr, wonende Van Woustraat 136
I, winkel Van Woustraat 136 is in de verdeeling
opgenomen voor 2 x zoetw.visch; 2 x aal, 1 ½ x
zeevisch, 3 k. ongep. garnalen, 4 x gep. garnalen;
1 x ger. aal en 1 x ger. visch.
De beide heeren Vrees zijn door mij
voorloopig, in afwachting van de beslissing van
den Burgemeester, van de verdeeling geschorst,
zulks met ingang van 5 Mei 1943.
Ik geef U beleefd in overweging te willen
bevorderen, dat P. Vrees Sr. bij besluit van den
Burgemeester voor den tijd van 6 maanden van de
verdeeling van visch wordt uitgesloten, in de
eerste plaats wegens het betrekken van visch
buiten de verdeeling om en ten tweede, door deze
visch zoo lang te bewaren, dat ze in bedorven
staat kwam te verkeeren. ^T^ ~~Vrees Jr heeft betrek-~~
~~kelijk weinig met de zaak te maken. Hij heeft slechts~~
~~zijn medewerking gegeven, door de visch van zijn~~
~~vader in de winkel op te slaan;~~ ^door deze in zijn winkel op te slaan;^ ~~hierdoor heeft~~
~~hij den goeden gang van zaken van de verdeeling~~ ^en hij dus aan het doen bederven der visch mede schuldig is^
[Linksonder handgeschreven bijvoegsel behorend bij 'T':]
T
Ten aanzien van
Vrees Jr moet worden
opgemerkt, dat deze
wellicht formeel
argumenten kan
aanvoeren, die
ertoe zouden kunnen
leiden om hem
een minder zware
straf op te leggen. Naar
mijn mening staat echter
vast, dat Vrees Jr eveneens
in de zaak is betrokken,
doordat de visch in
zijn winkel is opgeslagen en hij dus aan het doen bederven der visch mede schuldig is.
--- Dit document is een rapportage over een overtreding van de distributiewetten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat P. Vrees Sr. vis heeft geruild voor tabak (zwarte handel) en deze vis buiten de officiële kanalen om ("buiten de verdeeling") heeft verkregen uit IJmuiden.
Wat opvalt aan dit specifieke blad, zijn de ingrijpende handgeschreven correcties. In de oorspronkelijke getypte versie werd Vrees Jr. nog enigszins ontzien; hij zou "betrekkelijk weinig met de zaak te maken hebben". De auteur van de handgeschreven noten (waarschijnlijk een inspecteur of hogere ambtenaar) corrigeert dit scherp. Door de vis in zijn winkel op te slaan, is de zoon volgens de herziene versie direct medeverantwoordelijk voor het feit dat het voedsel bedierf en daarmee voor de ontwrichting van de voedselvoorziening. De toon verandert van een feitelijke constatering naar een actieve beschuldiging van medeschuld.
--- Het document dateert van mei 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiesysteem steeds strenger werd gecontroleerd. De "verdeeling" was het systeem waarbij winkeliers een vastgestelde hoeveelheid goederen kregen toegewezen op basis van het aantal bonnen dat zij innamen.
Economische delicten zoals zwarte handel en het laten bederven van schaars voedsel werden door de autoriteiten (zowel de Nederlandse politie als de Duitse bezetter) hoog opgenomen. De genoemde strafmaat – zes maanden uitsluiting van de visbedeling – was een zware sanctie voor een winkelier, omdat dit feitelijk het einde van zijn legale nering voor die periode betekende. De vermelding van de Lindengracht en de Van Woustraat duidt op locaties in Amsterdamse volksbuurten (de Jordaan en de Pijp) waar de voedselvoorziening onder grote druk stond.