Handgeschreven verslag/notities van een verhoor.
Origineel
Handgeschreven verslag/notities van een verhoor. 6 november 1939 (betreft gebeurtenissen op 3 of 4 oktober 1939). De zaak Biet. Marie Jansen.
Verhoor van Borgman (vinkkooper te Katwijk), Wagenaar en Biet op M. 6 Nov. 39.
Verklaring van Borgman:
De bewuste ruzie heeft plaats gehad op Di 3, of Wo. 4 Oct. j.l.
Ik was toen in steun zegt B. (anders ben ik vinkkooper in groote vink in het andere deel uit den Katwijk.), ik liep de markt, ik woon n.l. bij de Vinkmarkt, op ten Katwijk 39, ik zag, dat Biet naar de stal v. Marie Jansen ging (de hun stallen staan pal naast elkaar) en tot het publiek zei:
"menschen, die je kunt die vink goedkooper koopen (dat was de 3 cent goedkooper aangeprezen zwavelbaars, waarvan er een 10-tal apart lagen). Marie begon toen te schelden, : „Hitler moest alle Joden weghalen enz.”, Marie gooide toen een aantal ansjovissen naar René Biet, met één en van gooide sloeg zij zijn hoed van het hoofd. Toen gaf Biet haar een klap of duw (zij bleef gewoon doorschelden, dus een klap à la Biet kan het niet geweest zijn) en ging terug naar zijn stal. Toen zag ik Marie het mes gooien, dat rakelings langs Biet’s jas ging. Ik heb dat positief gezien, evenals dat Wagenaar het mes opraapte en het in zijn bak kleed. Ik (Borgman) ging direct den marktambtenaar Vrij waarschuwen, daar er geen politie in de buurt was en ik moord en doodslag vreesde.
Biet verklaart: mijn hoed werd afgegooid, ik kon niets zien en kreeg het mes tegen m’n arm, waar ik een blauwe plek heb gehad. Den volgenden dag heb ik het mes aan Starreveld gegeven, op de Vinkmarkt, om het aan Botter terug te geven. Want ik wilde met Botter geen kwestie hebben.
Ik (Biet) heb niet aan Starreveld gezegd: „dat ik het mes van de stal van Marie heb weggenomen, om erger te voorkomen“. Als Starreveld dat verklaart, dan is dat gemeen en valsch.
Starreveld, later op den dag door mij gehoord, handhaaft echter zijn geschreven verklaring, hij begrijpt niet, waarom Biet hem niet de toedracht der zaak heeft verteld. Misschien deed hij dat om de zaak niet erger te maken, hij wilde de zaak m.h. Botter sussen, maar Biet heeft het aldus verklaard.
Wagenaar bevestigt de verklaring van Borgman van a tot z, Ik heb het mes eigen oogen gezien. Ik heb gehoord, dat Marie tegen het publiek zei: „koop die goedkooper vink niet, want die komt...
--- Het document is een verslag van getuigenverklaringen omtrent een incident op de vismarkt (vinkmarkt) in Katwijk. De kern van het conflict is concurrentie tussen twee visverkopers, Biet en Marie Jansen. Biet probeert klanten van Jansen weg te lokken door te wijzen op goedkopere vis ("zwavelbaars").
De situatie escaleert snel:
1. Verbale agressie: Marie Jansen uit antisemitische beledigingen ("Hitler moest alle Joden weghalen").
2. Fysieke agressie: Jansen gooit met ansjovissen en slaat Biets hoed af. Biet reageert met een duw of klap.
3. Levensgevaarlijke actie: Jansen gooit een mes naar Biet, dat hem op de arm raakt.
4. Tegenstrijdige verklaringen: Er is onenigheid over hoe de getuige Starreveld aan het mes is gekomen. Biet ontkent dat hij het mes zelf heeft afgepakt, terwijl Starreveld suggereert dat Biet de zaak probeerde te sussen.
--- Dit document is historisch saillant vanwege de datum: 6 november 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was twee maanden eerder uitgebroken na de inval in Polen.
De uitspraak van Marie Jansen ("Hitler moest alle Joden weghalen") laat zien hoe de nazistische retoriek en het antisemitisme reeds voor de Duitse bezetting van Nederland in de dagelijkse omgangsvormen en lokale ruzies waren binnengedrongen. Het document illustreert hoe politieke spanningen werden gebruikt als wapen in triviale handelsconflicten op een lokale markt. De term "vinkkooper" en "vinkmarkt" verwijzen naar de specifieke handel in (gezouten) vis, een kernactiviteit in Katwijk.