Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 273
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

2 februari 1939 Van: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.)

Origineel

2 februari 1939 De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.) [Briefhoofd met logo van de gemeente Amsterdam]
MARKTWEZEN AMSTERDAM

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

[Handgeschreven:] Verzonden [onleesbaar] [Rechtsboven:] G.

No. 28/12/1 M
BIJLAGE __
ONDERWERP:

AMSTERDAM (W.) 2 Februari 1939
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
Mw. C. Schmit-Jongbloed,
Noordermarkt 11,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Lindengracht te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 5 Febr. a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 6 Febr. a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele aanmaning (ingebrekestelling) van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is dwingend en bureaucratisch. De essentie van de brief is een ultimatum: de marktkoopvrouw heeft drie weken achterstand in de betaling van haar marktgeld voor haar plek op de Lindengracht. Als er niet binnen drie dagen (vóór 5 februari) wordt betaald, wordt haar vaste plek onherroepelijk ingenomen.

Opvallend is de clausule in de laatste paragraaf, waarin wordt aangegeven dat uitzonderingen mogelijk zijn bij overmacht, zoals ziekte of armoede ("steun geniet"). Dit duidt op een gereguleerd systeem waarbij sociale omstandigheden in theorie konden leiden tot uitstel van betaling of behoud van rechten, mits tijdig gecommuniceerd. De brief dateert uit februari 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische depressie van de jaren '30. De Lindengracht en Noordermarkt bevinden zich in de Jordaan, een wijk die destijds bekendstond om haar volkse karakter maar ook om de grote armoede.

Het "Marktwezen" was (en is) de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het beheer van de markten. De verhuizing van het Marktwezen naar de Jan van Galenstraat (bij de Centrale Markthallen) was destijds relatief recent. Voor een marktkoopman of -vrouw betekende het verliezen van een "vaste plaats" op een populaire markt als de Lindengracht het verlies van hun voornaamste bron van inkomsten.

Samenvatting

Dit document is een formele aanmaning (ingebrekestelling) van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is dwingend en bureaucratisch. De essentie van de brief is een ultimatum: de marktkoopvrouw heeft drie weken achterstand in de betaling van haar marktgeld voor haar plek op de Lindengracht. Als er niet binnen drie dagen (vóór 5 februari) wordt betaald, wordt haar vaste plek onherroepelijk ingenomen.

Opvallend is de clausule in de laatste paragraaf, waarin wordt aangegeven dat uitzonderingen mogelijk zijn bij overmacht, zoals ziekte of armoede ("steun geniet"). Dit duidt op een gereguleerd systeem waarbij sociale omstandigheden in theorie konden leiden tot uitstel van betaling of behoud van rechten, mits tijdig gecommuniceerd.

Historische Context

De brief dateert uit februari 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische depressie van de jaren '30. De Lindengracht en Noordermarkt bevinden zich in de Jordaan, een wijk die destijds bekendstond om haar volkse karakter maar ook om de grote armoede.

Het "Marktwezen" was (en is) de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het beheer van de markten. De verhuizing van het Marktwezen naar de Jan van Galenstraat (bij de Centrale Markthallen) was destijds relatief recent. Voor een marktkoopman of -vrouw betekende het verliezen van een "vaste plaats" op een populaire markt als de Lindengracht het verlies van hun voornaamste bron van inkomsten.

Gerelateerde Documenten 2