Intern ambtelijk memo / rapportage van de marktautoriteit.
Origineel
Intern ambtelijk memo / rapportage van de marktautoriteit. Maart – april 1939. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/33/1 1939
DOORGEZONDEN: 20/3
[Hoofdtekst handgeschreven]
S. Winnik
pl. 233 Lindengracht
opgeroepen per 17/3 ’39 wegens niet geregeld plaats bezetten: “zal aan Directeurs schrijven om uitstel.”
ook pl. 224 Westerstraat ten name van S. Winnik-Swaalep.
Tegen inwilliging van het verzoek van S. Winnik om gedurende den tijd dat zijn echtgenoote is opgenomen in het ziekenhuis, zijn plaats op de markt Lindengracht slechts een maal per week te bezetten, bestaat m.i. geen bezwaar.
(Zie rapport marktopz)
[Notities en handtekeningen onderzijde]
Th. de Wolff ->
[Rechts schuin:] Th. Wolff advies 21-3-39
4-4-39 de Haan
Insp. Wat doet Winnik dan de overige dagen? 6-4-39 [geparafeerd]
[Marginale notitie links verticaal]
Opbergen.
Kan als afgedaan worden beschouwd zie rapport marktopzichter dd 11-4-’39
19-4-39 de Haan
[Onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke correspondentie betreffende het marktwezen in Amsterdam in 1939. De kern van de zaak is een verzuim van de marktkoopman S. Winnik. Hij werd op het matje geroepen omdat hij zijn toegewezen standplaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat niet regelmatig bezette, wat een vereiste was voor het behoud van de vergunning.
Winnik diende een verzoek in tot tijdelijke ontheffing: hij wilde zijn kraam op de Lindengracht slechts één dag per week bemannen omdat zijn vrouw in het ziekenhuis lag. De ambtenaar Th. de Wolff adviseert positief over dit verzoek, mits gesteund door een rapport van de marktopzichter. Er volgt nog een kritische vraag van een inspecteur over wat Winnik de rest van de week doet, maar uiteindelijk wordt de zaak op 19 april 1939 door de heer De Haan als afgedaan beschouwd en gearchiveerd. Het document biedt een inkijkje in de strikte administratieve controle op de Amsterdamse straatmarkten aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht en Westerstraat waren (en zijn) belangrijke marktlocaties in de Jordaan. De namen Winnik en Swaalep duiden op een Joodse achtergrond; veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de ambulante handel.
Dergelijke archiefstukken zijn waardevol voor genealogisch onderzoek en sociaal-economische geschiedschrijving, omdat ze de interactie tonen tussen individuele burgers en de gemeentelijke bureaucratie in crisistijd, waarbij persoonlijke omstandigheden (zoals ziekte in de familie) werden afgewogen tegen marktreglementen. M. No S. Winnik Marktwezen