Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 7
Dossier 75
Stadsarchief

Administratief register/beleidsnotities betreffende verlofaanvragen voor tewerkgestelden.

Origineel

Administratief register/beleidsnotities betreffende verlofaanvragen voor tewerkgestelden. [Linkerpagina]

D Ziekte van gezinsleden (in rood: zie aanteke. hiervoor / in brief Beauft: J 818 26/2)

1-17 Min of meer ernstige ziekte van gezinsleden, doktersverklaring aanwezig. In de meeste gevallen werd deze ook omheen afgewezen. In enkele gevallen volgde tijdelijke tewerkstelling in de buurt van Amsterdam. Zijn tot dusverre niet aan den Beauftragte voorgelegd.

19 Zeer ernstige ziekte van gezinsleden, doktersverklaring aanwezig. Voorheen werd verlof toegestaan; eventueel met tijdelijke tewerkstelling in de buurt van Amsterdam. In één geval werd aan de Beauftragte verlof gevraagd hetgeen werd toegestaan. (Marginale tekst in rood: voorlegging Beauftragte)

18
16 afwijs
17 voorlegging aan Beauftragte


E Gezinslid stervende of gestorven (in rood: in brief Beauft. J 818 2/2)

1-5 In deze gevallen wordt op grond van algemeen gegeven toestemming door den Beauftragte, de tewerkgestelde teruggeroepen uit de w.v. [werkverschaffing/werkverruiming] en na de begrafenis weer tewerkgesteld.

1. afwijs; 1/2 voorlegging af Beauft.
3 " d 4 " "
5 " d 7 " "
6 " d 8 " "
7 ~~D 14a~~
8 ~~-~~
9 " "
10 " "
11 " "
12 " "
13 " "
14 " "

[Rechterpagina]

F. Oproeping autoriteiten.

1-2 Hiervoor wordt volgens het D.C.W. altijd verlof om gegeven. Justitie - belastingen. voorleggen aan Beauftragte na advies Juridische Raad.


G. Kerkelijke gebeurtenissen i het familieleve.

1-2
Besnijdenis
Kerkelijke meerderjarigheid } afwijs
Feestdagen Dit document is een intern overzicht van de regels en besluitvorming rondom verlofaanvragen voor dwangarbeiders of tewerkgestelden tijdens de Duitse bezetting. De categorieën (D t/m G) laten zien hoe strikt de controle was op het privéleven van de arbeiders:

  1. Medische redenen (D): Ziekte in de familie was meestal geen reden voor verlof ("omheen afgewezen"). Alleen bij zeer ernstige gevallen werd een uitzondering gemaakt, soms door de arbeider dichter bij huis (Amsterdam) te plaatsen in plaats van hem echt vrij te geven.
  2. Overlijden (E): Hier bestond een algemene toestemming van de Beauftragte (de Duitse gevolmachtigde). Men mocht terugkomen voor de begrafenis, maar moest direct daarna weer aan het werk. De lijst met nummers onderaan duidt waarschijnlijk op individuele casussen of sub-regels.
  3. Officiële instanties (F): Oproepen voor de rechtbank of belastingdienst werden gerespecteerd, maar moesten wel worden getoetst door de "Juridische Raad" en de Beauftragte.
  4. Religie (G): Verzoeken voor religieuze feesten of rituelen (zoals besnijdenis of de bar mitswa/communie) werden standaard afgewezen ("afwijs").

Het handschrift is een zakelijk administratief cursief. De rode inkt verwijst naar specifieke instructies of brieven van het kantoor van de Beauftragte, wat wijst op een directe koppeling met het Duitse bezettingsapparaat. Het document geeft een indringend beeld van de bureaucratie achter de tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont de spanning tussen de menselijke behoefte aan verlof bij ziekte of dood en de meedogenloze efficiëntie van het Duitse systeem, waarbij arbeidskrachten als louter instrumenten werden gezien. De afkorting "D.C.W." staat vermoedelijk voor de Dienst voor de Civiele Wederopbouw, een instantie die betrokken was bij de arbeidsinzet. De verwijzing naar Amsterdam suggereert dat dit document afkomstig is uit een regionaal bureau voor de arbeidsvoorziening in of nabij die stad. F. Oproeping G. Kerkelijke

Samenvatting

Dit document is een intern overzicht van de regels en besluitvorming rondom verlofaanvragen voor dwangarbeiders of tewerkgestelden tijdens de Duitse bezetting. De categorieën (D t/m G) laten zien hoe strikt de controle was op het privéleven van de arbeiders:

  1. Medische redenen (D): Ziekte in de familie was meestal geen reden voor verlof ("omheen afgewezen"). Alleen bij zeer ernstige gevallen werd een uitzondering gemaakt, soms door de arbeider dichter bij huis (Amsterdam) te plaatsen in plaats van hem echt vrij te geven.
  2. Overlijden (E): Hier bestond een algemene toestemming van de Beauftragte (de Duitse gevolmachtigde). Men mocht terugkomen voor de begrafenis, maar moest direct daarna weer aan het werk. De lijst met nummers onderaan duidt waarschijnlijk op individuele casussen of sub-regels.
  3. Officiële instanties (F): Oproepen voor de rechtbank of belastingdienst werden gerespecteerd, maar moesten wel worden getoetst door de "Juridische Raad" en de Beauftragte.
  4. Religie (G): Verzoeken voor religieuze feesten of rituelen (zoals besnijdenis of de bar mitswa/communie) werden standaard afgewezen ("afwijs").

Het handschrift is een zakelijk administratief cursief. De rode inkt verwijst naar specifieke instructies of brieven van het kantoor van de Beauftragte, wat wijst op een directe koppeling met het Duitse bezettingsapparaat.

Historische Context

Het document geeft een indringend beeld van de bureaucratie achter de tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont de spanning tussen de menselijke behoefte aan verlof bij ziekte of dood en de meedogenloze efficiëntie van het Duitse systeem, waarbij arbeidskrachten als louter instrumenten werden gezien. De afkorting "D.C.W." staat vermoedelijk voor de Dienst voor de Civiele Wederopbouw, een instantie die betrokken was bij de arbeidsinzet. De verwijzing naar Amsterdam suggereert dat dit document afkomstig is uit een regionaal bureau voor de arbeidsvoorziening in of nabij die stad.

Genoemde Personen 2

Producten

Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen