Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 21
Dossier 39
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijk conceptschrijven of afschrift van een besluit.

29 mei 1914. Van: De Directeur (ondertekend met initialen J.G.B.).

Origineel

Ambtelijk conceptschrijven of afschrift van een besluit. 29 mei 1914. De Directeur (ondertekend met initialen J.G.B.). (De tekst bevat diverse doorhalingen en boven de regel toegevoegde woorden, typerend voor een concept.)

[Linkermarge:]
(vermelde)

[Midden links:]
Aan den / de ambtenaren

[Hoofdtekst:]
op de heffing van marktgelden
is belast gebleven.
Ook de door de ambtenaar
~~geuiterde~~ aangevoerde bezwaren hebben
op mij weinig indruk gemaakt. Ik
zie niet in, dat het ^tijdelijk^ waarnemen
van de betrekking van marktop-
zichter — ^want^ (dit schijnt de voor-
naamste grief te zijn —) en het
dragen van een uniformpet als
zoodanig voor hen vernederend
zou zijn.
Niettemin heb ik hun verzoek
niet geheel afgeslagen, doch heb
ik ~~hun~~ op 29 Mei 1914 in over-
eenstemming met de ~~door den~~ ^in het bericht van den^
Directeur der Handelsinrichtingen
aangevoerde gronden, laten weten,
dat het oogenblik om aan hun
wensch tegemoet te komen thans niet
geschikt is, doch dat de zaak te
zijner tijd nader kan worden
overwogen.

De Dir. J.G.B.
(gevolgd door een paraaf) De kern van dit schrijven is een arbeidsconflict over status en beroepskleding. Een groep ambtenaren is tijdelijk belast met de functie van marktopzichter (verantwoordelijk voor het innen van marktgelden). Zij hebben bezwaar aangetekend tegen het feit dat zij hierbij een uniformpet moeten dragen. Zij ervaren dit als "vernederend", waarschijnlijk omdat een dergelijke pet hen in hun ogen degradeert tot een lagere rang of een louter controlerende functie die niet past bij hun reguliere status.

De directeur (J.G.B.) toont zich in de eerste alinea onvermurwbaar en noemt de bezwaren weinig indrukwekkend. Toch kiest hij in de tweede alinea voor een diplomatieke weg: hij wijst het verzoek niet definitief af, maar gebruikt een klassieke bureaucratische vertragingstactiek. Hij stelt dat het huidige moment "niet geschikt" is om aan de wens tegemoet te komen, maar belooft de zaak "te zijner tijd" opnieuw te overwegen. Hierbij dekt hij zich in door te verwijzen naar het advies van de Directeur der Handelsinrichtingen. Het document is gedateerd op 29 mei 1914, slechts twee maanden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In deze tijd was de hiërarchie binnen het ambtelijk apparaat zeer strikt. Uniformen en uiterlijke onderscheidingstekens waren van groot belang voor het gezag, maar lagen ook gevoelig bij het personeel.

De "Handelsinrichtingen" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar de Gemeentelijke Handelsinrichtingen (bijvoorbeeld van de gemeente Amsterdam), waaronder de markten, de vismarkt en het abattoir vielen. Het innen van marktgelden was een directe financiële verantwoordelijkheid, waarbij de herkenbaarheid van de ambtenaar (via de bewuste uniformpet) voor de overheid essentieel was om fraude of verwarring bij marktkooplieden te voorkomen.

Samenvatting

De kern van dit schrijven is een arbeidsconflict over status en beroepskleding. Een groep ambtenaren is tijdelijk belast met de functie van marktopzichter (verantwoordelijk voor het innen van marktgelden). Zij hebben bezwaar aangetekend tegen het feit dat zij hierbij een uniformpet moeten dragen. Zij ervaren dit als "vernederend", waarschijnlijk omdat een dergelijke pet hen in hun ogen degradeert tot een lagere rang of een louter controlerende functie die niet past bij hun reguliere status.

De directeur (J.G.B.) toont zich in de eerste alinea onvermurwbaar en noemt de bezwaren weinig indrukwekkend. Toch kiest hij in de tweede alinea voor een diplomatieke weg: hij wijst het verzoek niet definitief af, maar gebruikt een klassieke bureaucratische vertragingstactiek. Hij stelt dat het huidige moment "niet geschikt" is om aan de wens tegemoet te komen, maar belooft de zaak "te zijner tijd" opnieuw te overwegen. Hierbij dekt hij zich in door te verwijzen naar het advies van de Directeur der Handelsinrichtingen.

Historische Context

Het document is gedateerd op 29 mei 1914, slechts twee maanden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In deze tijd was de hiërarchie binnen het ambtelijk apparaat zeer strikt. Uniformen en uiterlijke onderscheidingstekens waren van groot belang voor het gezag, maar lagen ook gevoelig bij het personeel.

De "Handelsinrichtingen" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar de Gemeentelijke Handelsinrichtingen (bijvoorbeeld van de gemeente Amsterdam), waaronder de markten, de vismarkt en het abattoir vielen. Het innen van marktgelden was een directe financiële verantwoordelijkheid, waarbij de herkenbaarheid van de ambtenaar (via de bewuste uniformpet) voor de overheid essentieel was om fraude of verwarring bij marktkooplieden te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2