Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 24
Dossier 39
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambbtelijke brief / intern memorandum.

6 mei 1914. Van: De Commandeur der Gemeente-Belastingen (Amsterdam).

Origineel

Ambbtelijke brief / intern memorandum. 6 mei 1914. De Commandeur der Gemeente-Belastingen (Amsterdam). Amsterdam 6 Mei 1914

Mij aansluitend bij het advies der Commandeurs Ketel
en van Galen, meen ik te moeten opmerken, dat de diensten der
ambtenaren in algemeenen dienst, als waarnemend Marktmeester
of Marktopzichter, volstrekt niet in strijd, of minder eervol zouden
zijn, dan hunne werkzaamheden, als beschrijver der Inkomstenbelas-
ting of Hondenbelasting, het onderzoek der kleine schattingposten
of dergelijken.
Het onaangename van den Marktdienst is dan ook meer
te zoeken in de zoo langdurige als eentonige Controle aan de
Groente- en Fruitmarkten, het in den vroegemorgenuren te moeten
dienst doen aan de Beverwijkermarkt, en het in de zomermaanden
voor het verlofgaand marktpersoneel te moeten invallen.
Waar de Marktdiensten in hoofdzaak de Marktgelden
betreffen, is het daarin geschoolde Corps Ambtenaren in algemeenen
dienst er op aangewezen deze diensten te blijven doen, en zou het
allerminst het Gemeente belang zijn dit te veranderen.

De Commandeur der Gemeente-Belastingen
[Handtekening]

Den Heer Directeur der Afdeeling
Belastingen te Amsterdam. * Kernboodschap: De auteur van de brief (een Commandeur bij de Gemeente-Belastingen) betoogt dat het uitvoeren van marktdiensten door belastingambtenaren een legitiem en eervol onderdeel van hun functie is. Hij verzet zich tegen het idee dat dit werk "minder" zou zijn dan het administratieve belastingwerk op kantoor.
* Argumentatie: Er wordt een vergelijking getrokken tussen het schrijven van aanslagen voor inkomsten- en hondenbelasting en de rol van (waarnemend) marktmeester. Omdat marktdiensten primair draaien om het innen van gelden (Marktgelden), is het personeel van de belastingdienst juist bij uitstek geschikt voor deze taak.
* Werkomstandigheden: De tekst geeft een interessant inkijkje in de bezwaren van het personeel destijds. De "onaangename" kanten worden benoemd: de eentonigheid van de controle, de zeer vroege uren op de Beverwijkermarkt en het moeten inspringen tijdens vakantieperiodes van collega's.
* Stijl en taal: De brief is geschreven in de formele ambtelijke stijl van het begin van de 20e eeuw, gekenmerkt door lange zinnen en een duidelijke hiërarchische toon. Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam was in 1914 een groeiende stad met complexe logistieke en fiscale uitdagingen. De Gemeente-Belastingen was verantwoordelijk voor een breed scala aan inkomstenbronnen voor de stad.

De brief wijst op een interne discussie over de taakomschrijving en de status van ambtenaren. In die tijd was er een scherpe scheiding tussen 'bureauwerk' en 'buitenwerk'. De leiding van de dienst probeerde hier blijkbaar de gelederen gesloten te houden door te benadrukken dat toezicht op de markt (waar veel contant geld omging) essentieel was voor het gemeentebelang en dezelfde integriteit en vaardigheid vereiste als belastinginspectie. De Beverwijkermarkt (aan de Prins Hendrikkade/Westerdok) was destijds een cruciaal punt voor de aanvoer van groenten en fruit per schip.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De auteur van de brief (een Commandeur bij de Gemeente-Belastingen) betoogt dat het uitvoeren van marktdiensten door belastingambtenaren een legitiem en eervol onderdeel van hun functie is. Hij verzet zich tegen het idee dat dit werk "minder" zou zijn dan het administratieve belastingwerk op kantoor.
  • Argumentatie: Er wordt een vergelijking getrokken tussen het schrijven van aanslagen voor inkomsten- en hondenbelasting en de rol van (waarnemend) marktmeester. Omdat marktdiensten primair draaien om het innen van gelden (Marktgelden), is het personeel van de belastingdienst juist bij uitstek geschikt voor deze taak.
  • Werkomstandigheden: De tekst geeft een interessant inkijkje in de bezwaren van het personeel destijds. De "onaangename" kanten worden benoemd: de eentonigheid van de controle, de zeer vroege uren op de Beverwijkermarkt en het moeten inspringen tijdens vakantieperiodes van collega's.
  • Stijl en taal: De brief is geschreven in de formele ambtelijke stijl van het begin van de 20e eeuw, gekenmerkt door lange zinnen en een duidelijke hiërarchische toon.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam was in 1914 een groeiende stad met complexe logistieke en fiscale uitdagingen. De Gemeente-Belastingen was verantwoordelijk voor een breed scala aan inkomstenbronnen voor de stad.

De brief wijst op een interne discussie over de taakomschrijving en de status van ambtenaren. In die tijd was er een scherpe scheiding tussen 'bureauwerk' en 'buitenwerk'. De leiding van de dienst probeerde hier blijkbaar de gelederen gesloten te houden door te benadrukken dat toezicht op de markt (waar veel contant geld omging) essentieel was voor het gemeentebelang en dezelfde integriteit en vaardigheid vereiste als belastinginspectie. De Beverwijkermarkt (aan de Prins Hendrikkade/Westerdok) was destijds een cruciaal punt voor de aanvoer van groenten en fruit per schip.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2