Verzoekschrift / Petitie
Origineel
Verzoekschrift / Petitie Het Bestuur van de Vereeniging van Fruit- en Groentenhandelaren "ONDERLING BELANG", Amsterdam. De Burgemeester van Amsterdam. [Stempel linksboven: ZEGELRECHT MET OPCENTEN 50 C. SCR. 1915]
[Handgeschreven aantekening links: 31/1]
Aan den EdelAchtbaren Heer BURGEMEESTER
der Gemeente
A M S T E R D A M.
===================
Geven met verschuldigden eerbied te kennen:
De ondergeteekenden, tezamen vormende het Bestuur der Vereeniging van Fruit- en Groentenhandelaren "ONDERLING BELANG", gevestigd te AMSTERDAM, als rechtspersoon erkend krachtens Koninklijk Besluit van 18 Juli 1901;
dat zij verzoeken, overeenkomstig de door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel te kennen gegeven bedoeling, dat de regeeringsgroenten (stapelgroenten en gezouten groenten) waarover de Gemeente Amsterdam de beschikking krijgt, onder de kleinhandelaren zullen worden gedistribueerd door de grossiers in groenten, verder genoemd grossiers, vereenigd in de Coöperatieve Vereeniging genaamd "AMSTERDAMSCHE COÖPERATIEVE GROENTEHANDEL-VEREENIGING", gevestigd te AMSTERDAM, op nader vast te stellen conditiën;
dat de grossiers, die distributie wenschen, niet om daarvan bijzonderlijk te profiteeren, doch opdat zij zullen behouden de inkomsten, noodig om hunne zaken staande te houden en te voorkomen werkeloosheid in hun vak;
dat wanneer de grossiers zouden worden uitgeschakeld, niet alleen zij daarvan groote nadeelen zullen ondervinden, doch tevens een beduidend aantal werklieden, in het grossiersbedrijf werkzaam, broodeloos zullen worden;
dat de grossiers te Amsterdam de aangewezen personen zijn voor de distributie der bedoelde groenten onder de kleinhandelaren;
dat de grossiers van de Gemeente in erfpacht hebben terreinen aan de Groentemarkt met uitdrukkelijke bepaling, dat daarop niet anders dan de groentenhandel mag worden uitgeoefend; Dit document is een formeel verzoek van de Amsterdamse groothandelaren in groenten en fruit aan het gemeentebestuur. De kern van het betoog is dat de distributie van zogenaamde "regeeringsgroenten" via de bestaande private groothandel (de grossiers) moet verlopen, in plaats van via een nieuw gemeentelijk apparaat.
Belangrijke argumenten in de tekst:
1. Legitimiteit: De vereniging wijst op haar koninklijke erkenning en stelt dat hun verzoek in lijn is met de wensen van de landelijke Minister.
2. Economische continuïteit: De grossiers claimen de inkomsten nodig te hebben om hun bedrijven levensvatbaar te houden.
3. Sociale impact: Men waarschuwt voor werkloosheid onder de grote groep werklieden die in de sector werkzaam zijn ("broodeloos zullen worden").
4. Contractuele basis: Er wordt verwezen naar bestaande erfpachtcontracten op de Groentemarkt, waarmee de gemeente de handelaren reeds als vaste partners heeft erkend.
De toon is uiterst beleefd en ambtelijk ("verschuldigden eerbied"), passend bij de formele verhouding tussen burgerorganisaties en het stadsbestuur aan het begin van de 20e eeuw. Het document moet geplaatst worden in de context van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, zorgden handelsblokkades voor enorme schaarste en stijgende voedselprijzen. De overheid greep in door de handel in basisbehoeften (stapelproducten zoals aardappelen en kool) te reguleren. Dit werden de "regeeringsgroenten" genoemd.
Er ontstond in die tijd een spanningsveld tussen de vrije handel en de groeiende rol van de overheid in de voedselvoorziening. De grossiers in Amsterdam vreesden dat de gemeente de distributie volledig in eigen hand zou nemen, waardoor hun rol (en inkomsten) overbodig zouden worden. Dit document is een direct gevolg van die angst: een lobby-poging om de private sector te betrekken bij het distributie-apparaat van de overheid. De "Groentemarkt" waarnaar verwezen wordt, betreft de voorloper van de Centrale Markthallen, waar de handel destijds geconcentreerd was. Gemeente Amsterdam