Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 88
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Brief op voorbedrukt briefpapier.

Amsterdam, 14 october 1916.

Origineel

Brief op voorbedrukt briefpapier. Amsterdam, 14 october 1916. GEMEENTELIJK VEILING-GEBOUW
VOOR
LAND- EN TUINBOUWPRODUCTEN
EXPLOITANTEN DE JONG & KOENE
TELEGRAM- EN BRIEF-ADRES: VEILINGGEBOUW, AMSTERDAM | TELEF. 4867 Z.

AMSTERDAM, 14 October 1916.

Weled. heer C.H. Claassen
Directeur van het Marktwezen
Amsterdam.

Weled. Heer,
In verband met de afspraak dat wij Uw, hedenmid-
dag gedaan voorstel eens zouden overwegen berichten wij U thans dat de door
U beoogde regeling voor ons on aannemelijk is. Voor ons tegenwoordig bedrijf is
gebleken dat zoo niet beiden, dan althans één steeds aanwezig moet zijn om de
loopende zaken te regelen, menschen waarvoor wij zaken doen, te ontvangen, kortom
onze zaak behoorlijk te behartigen. Dit is niet mogelijk als een onzer zoo ongeveer
den geheelen dag op de Meermarkt of elders zou moeten zijn en de ander tegelijker
tijd wordt beziggehouden met de distributie van vatgroenten. Het spreekt van-
zelf dat wij steeds voeling met elkander moeten kunnen houden en zien wij de
noodzakelijkheid in dat wij beiden in het veilinggebouw aanwezig zijn. Het is
U bekend dat wij ons gaarne met de distributie van een of meerdere artikelen
zagen belast doch wij meenen geen functiën te mogen aanvaarden als daarmee
ons tegenwoordig bedrijf vrijwel wordt uitgeschakeld. Als mogelijke
oplossing zouden wij U willen voorstellen het aldus te willen regelen
dat ons wordt opgedragen de distributie èn van vatgroenten èn beh. van uien,
twee artikelen waarvoor wel ruimte in ons gebouw en het daaromheen liggend terrein
aanwezig is en waardoor wij beiden in het gebouw kunnen blijven en elkander nog
eens kunnen vervangen altijd als de regeling zoo wordt gemaakt dat de uien beh.
van 9-12 en de vatgroenten van 1 tot 4 uur worden uitgegeven. Voor behoorlijke
behartiging van de ons opgedragen belangen kunt U verzekerd zijn, wij stellen ons voor In deze brief reageren de exploitanten De Jong & Koene op een voorstel van de Amsterdamse Directeur van het Marktwezen. De kern van de brief is de afwijzing van een voorgestelde werkwijze waarbij de twee firmanten op verschillende locaties werkzaam zouden zijn.

De argumenten van de firma:
1. Bedrijfsvoering: Voor hun reguliere handel is het essentieel dat er altijd minstens één persoon in het veilinggebouw aanwezig is om klanten te ontvangen en lopende zaken af te wikkelen.
2. Onuitvoerbaarheid: Het plan van de gemeente zou betekenen dat de ene partner de hele dag op de markt staat en de ander bezet is met distributie van "vatgroenten" (ingemaakte groenten in vaten, zoals zuurkool of zoute snijbonen).
3. Samenwerking: Zij benadrukken dat zij nauw contact met elkaar moeten houden ("voeling houden") voor hun bedrijfsvoering.

Het tegenvoorstel:
Zij bieden aan om de distributie van zowel vatgroenten als uien op zich te nemen, mits dit gebeurt vanuit hun eigen gebouw. Zij stellen zelfs specifieke tijden voor (uien in de ochtend, vatgroenten in de middag) zodat zij hun eigen commerciële activiteiten kunnen combineren met de publieke distributietaken zonder hun bedrijf in gevaar te brengen. De brief dateert uit oktober 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog grote schaarste aan voedsel. De overheid greep in met een complex systeem van distributie en rantsoenering (de "Distributietijd").

De genoemde heer C.H. Claassen was als Directeur van het Marktwezen in Amsterdam een sleutelfiguur in de voedselvoorziening van de stad. Hij moest de balans vinden tussen het gebruik van de bestaande handelsstructuren (zoals de veiling van De Jong & Koene) en de noodzaak om voedsel eerlijk en efficiënt onder de bevolking te verdelen.

Deze brief illustreert de spanning tussen het algemeen belang (de distributie van schaarse uien en vatgroenten) en het particuliere belang van ondernemers die hun zaak boven water probeerden te houden in een tijd waarin de vrije handel steeds verder werd ingeperkt door overheidsingrijpen.

Samenvatting

In deze brief reageren de exploitanten De Jong & Koene op een voorstel van de Amsterdamse Directeur van het Marktwezen. De kern van de brief is de afwijzing van een voorgestelde werkwijze waarbij de twee firmanten op verschillende locaties werkzaam zouden zijn.

De argumenten van de firma:
1. Bedrijfsvoering: Voor hun reguliere handel is het essentieel dat er altijd minstens één persoon in het veilinggebouw aanwezig is om klanten te ontvangen en lopende zaken af te wikkelen.
2. Onuitvoerbaarheid: Het plan van de gemeente zou betekenen dat de ene partner de hele dag op de markt staat en de ander bezet is met distributie van "vatgroenten" (ingemaakte groenten in vaten, zoals zuurkool of zoute snijbonen).
3. Samenwerking: Zij benadrukken dat zij nauw contact met elkaar moeten houden ("voeling houden") voor hun bedrijfsvoering.

Het tegenvoorstel:
Zij bieden aan om de distributie van zowel vatgroenten als uien op zich te nemen, mits dit gebeurt vanuit hun eigen gebouw. Zij stellen zelfs specifieke tijden voor (uien in de ochtend, vatgroenten in de middag) zodat zij hun eigen commerciële activiteiten kunnen combineren met de publieke distributietaken zonder hun bedrijf in gevaar te brengen.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de Britse blokkade en de Duitse duikbootoorlog grote schaarste aan voedsel. De overheid greep in met een complex systeem van distributie en rantsoenering (de "Distributietijd").

De genoemde heer C.H. Claassen was als Directeur van het Marktwezen in Amsterdam een sleutelfiguur in de voedselvoorziening van de stad. Hij moest de balans vinden tussen het gebruik van de bestaande handelsstructuren (zoals de veiling van De Jong & Koene) en de noodzaak om voedsel eerlijk en efficiënt onder de bevolking te verdelen.

Deze brief illustreert de spanning tussen het algemeen belang (de distributie van schaarse uien en vatgroenten) en het particuliere belang van ondernemers die hun zaak boven water probeerden te houden in een tijd waarin de vrije handel steeds verder werd ingeperkt door overheidsingrijpen.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2