Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 116
Dossier 75
Jaar 1944
Stadsarchief

Pagina uit een gedrukt sociaal-economisch rapport of verslag (pagina 5).

Origineel

Pagina uit een gedrukt sociaal-economisch rapport of verslag (pagina 5). — 5 —

Inzake doorbetaling van het loon bij ziekte is geen enkele regeling aanwezig; wel wordt vermeld, dat in bijzondere gevallen met toestemming van den Gem. Secretaris doorbetaling plaats vindt.
Als algemeene klacht komt naar voren, vooral van de zijde der volwassenen, dat het loon te laag is, lager nog dan dat van losse werklieden, en een regeling bij ziekte ontbreekt.
Bemerking.
Bij het punt vacantie merken meerdere betrokkenen op, dat het loon zelfs te laag is om vacantie te nemen, daar dan dien tijd de vergoeding voor het eventueel te verrichten overwerk verloren gaat, wat als aanvulling op het loon, door het gezin niet kan worden gemist.

III. GEM. ARBEIDSBEURS.
Ingekomen vragenlijsten 7 stuks.
Van de betrokkenen zijn 2 gehuwd van wie één 4 kinderen heeft.
De leeftijd is, 49, 47, 43, 30, 28, 25, en 22 jaar.
In dienst is: één: 2 jaar 2 maanden; één: 2 jaar; één: 1 jaar 7 maanden; één: 1 jaar 6 maanden; twee: 1 jaar 1 maand en één: 1 maand.
Het loon bedraagt voor drie: f 15.92 per week daarbij inbegrepen toeslag, voor twee: f 14.— per week en voor de twee overigen: f 2.— per dag, of f 12.— per week.
Overwerk wordt blijkens de mededeelingen op de mannenafdeeling betaald met 35 cent per uur, terwijl van de vrouwenafdeeling bericht wordt dat het niet geregeld is.
Volledigheidshalve dient vermeld, dat één der betrokkenen van de vrouwenafdeeling opmerkt, dat daar het laatst 35 cent per uur betaald werd; dus ook daar vindt betaling plaats.
De vacantie blijkt aan dezen tak van dienst goed geregeld te zijn. Alle daar werkzamen genieten gelijke vacantie, in overeenstemming met de regeling voor Ambtenaren en Beambten.
Inzake betaling bij ziekte, is niets geregeld, doch een der betrokkenen bericht, eenige dagen ziek te zijn geweest en doorbetaling van het loon gehad te hebben.
Als wensch komt naast behoorlijke regeling bij ziekte enz., vooral naar voren het verhoogen van het loon, vooral voor hen die als vakkundig bemiddelaar aan dit bedrijf werkzaam zijn.

IV. GASFABRIEKEN.
Ingekomen vragenlijsten 35 stuks.
Van de betrokkenen waren 31 gehuwd en 4 ongehuwd.
Van de gehuwden hadden acht: 1 kind; drie: 2 kinderen; vijf: 3 kinderen; één: 4 kinderen en één: 5 kinderen.
De leeftijd der betrokkenen was: een: 66 jaar, een: 65 jaar, drie: 64 jaar, een: 63 jaar, een: 62 jaar, een: 61 jaar, een: 60 jaar, een: 58 jaar, twee: 56 jaar, een: 53 jaar, een: 51 jaar, twee: 50 jaar, een: 49 jaar, twee: 47 jaar, een: 46 jaar, een: 45 jaar, een: 44 jaar, twee: 43 jaar, een: 42 jaar, een: 41 jaar, een: 40 jaar, een: 37 jaar, een: 36 jaar, een: 35 jaar, een: 34 jaar, een: 31 jaar, een: 30 jaar, een: 29 jaar en een: 26 jaar.
De diensttijd van de betrokkenen, hetzij aan de gasfabrieken alleen, hetzij bij meerdere bedrijven tezamen, was:
een: 16 jaar, een: 14 jaar, een: 13 jaar, een: 12 jaar, drie: 10 jaar, twee: 9 jaar, drie: 5 jaar, een: 4 jaar, vijf: 3 jaar, twee: 2 jaar, een: 1 jaar 9 maanden, een: 1 jaar 8 maanden, een: 1 jaar 7 maanden, een: 11 maanden, zeven: 10 maanden en drie: 9 maanden.
Verschillende dezer dienstverbanden waren met meerdere maanden onderbroken.
Het loon bedraagt voor de ongehuwden f 2.25 per dag, voor de gehuwden f 2.25, vermeerderd met duurtetoeslag, eventueel kindertoeslag. Dit document bevat de resultaten van een enquête onder personeel van twee gemeentelijke diensten: de Arbeidsbeurs en de Gasfabrieken. De kernpunten zijn:

  1. Arbeidsvoorwaarden: Er is een structureel gebrek aan een officiële regeling voor doorbetaling bij ziekte. Bij de Arbeidsbeurs is dit afhankelijk van de welwillendheid van de Gemeentesecretaris.
  2. Loonniveau: Er wordt geklaagd over te lage lonen, die soms zelfs lager liggen dan die van losse arbeiders. Bij de Arbeidsbeurs is het loon zo marginaal dat werknemers het zich niet kunnen oordelen om vakantie te nemen, omdat ze de extra inkomsten uit overwerk (nodig voor het gezinsbudget) niet kunnen missen.
  3. Demografie en Diensttijd: Bij de Gasfabrieken is de populatie aanzienlijk groter (35 man) en ouder (tot 66 jaar). Veel werknemers hebben een gezin. De diensttijd varieert sterk, van enkele maanden tot 16 jaar, vaak met onderbrekingen.
  4. Toeslagen: Er is sprake van looncomponenten zoals de "duurtetoeslag" (compensatie voor inflatie) en kindertoeslag, wat duidt op een beginnende sociale zekerheid binnen het gemeentelijk apparaat.
  5. Gelijkheid: Bij de Arbeidsbeurs is de vakantieregeling voor alle medewerkers gelijkgetrokken met die van ambtenaren, wat als positief wordt ervaren. Er is echter onduidelijkheid over de betaling van overwerk voor vrouwen. Het document biedt een inkijkje in de vroege strijd voor betere arbeidsvoorwaarden in Nederland, specifiek binnen de gemeentelijke nutsbedrijven en diensten. In deze periode (begin 20e eeuw) begon de overheid zich steeds meer als 'modelwerkgever' op te stellen, maar zoals het document laat zien, bleven de lonen vaak achter bij de stijgende kosten van levensonderhoud (vandaar de 'duurtetoeslag').

De nadruk op de gezinssamenstelling weerspiegelt de toenmalige opvatting van het "kostwinnersmodel", waarbij het loon toereikend moest zijn voor het gehele gezin. De "Gem. Arbeidsbeurs" was de voorloper van het huidige UWV/werkbedrijf en de "Gasfabrieken" waren cruciale gemeentelijke energiebedrijven vóór de grootschalige overgang op elektriciteit en later aardgas. De klachten over de onmogelijkheid om vakantie te nemen door het verlies van overwerkvergoeding illustreren de precairheid van de lagere middenklasse en geschoolde arbeiders in die tijd.

Samenvatting

Dit document bevat de resultaten van een enquête onder personeel van twee gemeentelijke diensten: de Arbeidsbeurs en de Gasfabrieken. De kernpunten zijn:

  1. Arbeidsvoorwaarden: Er is een structureel gebrek aan een officiële regeling voor doorbetaling bij ziekte. Bij de Arbeidsbeurs is dit afhankelijk van de welwillendheid van de Gemeentesecretaris.
  2. Loonniveau: Er wordt geklaagd over te lage lonen, die soms zelfs lager liggen dan die van losse arbeiders. Bij de Arbeidsbeurs is het loon zo marginaal dat werknemers het zich niet kunnen oordelen om vakantie te nemen, omdat ze de extra inkomsten uit overwerk (nodig voor het gezinsbudget) niet kunnen missen.
  3. Demografie en Diensttijd: Bij de Gasfabrieken is de populatie aanzienlijk groter (35 man) en ouder (tot 66 jaar). Veel werknemers hebben een gezin. De diensttijd varieert sterk, van enkele maanden tot 16 jaar, vaak met onderbrekingen.
  4. Toeslagen: Er is sprake van looncomponenten zoals de "duurtetoeslag" (compensatie voor inflatie) en kindertoeslag, wat duidt op een beginnende sociale zekerheid binnen het gemeentelijk apparaat.
  5. Gelijkheid: Bij de Arbeidsbeurs is de vakantieregeling voor alle medewerkers gelijkgetrokken met die van ambtenaren, wat als positief wordt ervaren. Er is echter onduidelijkheid over de betaling van overwerk voor vrouwen.

Historische Context

Het document biedt een inkijkje in de vroege strijd voor betere arbeidsvoorwaarden in Nederland, specifiek binnen de gemeentelijke nutsbedrijven en diensten. In deze periode (begin 20e eeuw) begon de overheid zich steeds meer als 'modelwerkgever' op te stellen, maar zoals het document laat zien, bleven de lonen vaak achter bij de stijgende kosten van levensonderhoud (vandaar de 'duurtetoeslag').

De nadruk op de gezinssamenstelling weerspiegelt de toenmalige opvatting van het "kostwinnersmodel", waarbij het loon toereikend moest zijn voor het gehele gezin. De "Gem. Arbeidsbeurs" was de voorloper van het huidige UWV/werkbedrijf en de "Gasfabrieken" waren cruciale gemeentelijke energiebedrijven vóór de grootschalige overgang op elektriciteit en later aardgas. De klachten over de onmogelijkheid om vakantie te nemen door het verlies van overwerkvergoeding illustreren de precairheid van de lagere middenklasse en geschoolde arbeiders in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2