Getypt rapport of ambtelijk overzicht met tabel en handgeschreven toevoegingen.
Origineel
Getypt rapport of ambtelijk overzicht met tabel en handgeschreven toevoegingen. Omstreeks 1918 (gebaseerd op de vermelding onderaan). [Rechterpagina]
| Liggers | Pakhuizen | Bureaupers. | Werklieden | Bij te huren Liggers | Bij te huren Pakh. | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| C.F.Helius | 4 | 1 | 1 | 6 | 2 | 2 |
| W.Goozen. | 3 | 1 | - | 10 | 2 | 1 |
| M.A.Sieverts | 10 | 2 | 2 | 12 | - | 2 |
| H.Deelstra | 4 | 1 | 1 | 10 | 1 | 1 |
| G.Vos | 3 | 1 | - | 6 | 1 | 1 |
| H.G.Ruhe | 6 | 5 | 3 | 20 | 2 | 2 |
| J.C.B.Wassenaar. | 4 | 4 | 2 | 12 | 1 | 2 |
| Totaal | 53 | 33 | 20 | 123 | 25 | 25 |
N.B. Hierbij is in rekening te brengen dat in drukke tijden van het najaar het getal werklieden tot 200 stijgt.
Ten opzichte van de eerste lijst meen ik onder Uw aandacht te moeten brengen, dat wanneer een der personen op die lijst voorkomende wordt opgenomen in de Combinatie als gevolg der gehouden bespreking in den Raad dezer Gemeente de kans bijzonder groot is, dat allen of bijna allen recht meenen te hebben eveneens opgenomen te moeten worden. Uit die lijst blijkt, dat al de personen met elkaar nog niet over 1/3 der liggers beschikken van de personen in de tweede lijst genoemd, bovendien nog niet over 1/5 deel der pakhuizen, -terwijl deze laatst eigenlijke kleine, weinig beteekenende onderstukken van huizen zijn, over geen bureaupersoneel beschikken, een weinig meer dan 1/4 der werklieden in dienst hebben en nimmer liggers of pakhuizen huren.
Verhoudingsgewijs hadden de genoemde grossiers die niet bij de combinatie zijn opgenomen moeten kunnen beschikken over:
* liggers: 198
* pakhuizen: 123
* bureaupers.: 75
* werklieden: 458
* bij te huren { liggers: 93
* { pakhuizen: 93
Ten opzichte der namen van hen van wien verwacht kan worden dat zij zullen aanvragen om als grossiers te mogen optreden, geef ik U nog een overzicht tegelijk met onze ondervinding omtrent enkele dier personen opgedaan.
Schotvanger: beslag op vatgroenten werd gelegd.
P.Dorreboom: Kocht regeeringsuien op in Haarlem (voorjaar 1918) Het document betreft een vergelijkend onderzoek naar de bedrijfsvoering van verschillende grossiers. De kern van het betoog is dat de handelaren op de gepresenteerde lijst ("de eerste lijst") over aanzienlijk minder middelen beschikken dan de gevestigde partijen ("de tweede lijst"). De schrijver waarschuwt de gemeenteraad voor het precedent dat wordt geschapen als één van hen wordt toegelaten tot de "Combinatie".
De gebruikte criteria zijn:
1. Liggers: Waarschijnlijk ligplaatsen voor schepen of specifieke handelsvergunningen.
2. Pakhuizen: Opslagcapaciteit, waarbij wordt opgemerkt dat de huidige ruimtes kwalitatief ondermaats zijn ("onderstukken van huizen").
3. Personeel: Onderverdeeld in administratief (bureaupersoneel) en uitvoerend (werklieden).
De wiskundige vergelijking (het deel "Verhoudingsgewijs") dient om aan te tonen dat de aspirant-leden niet voldoen aan de schaalvergroting die nodig is voor de Combinatie. De afsluitende opmerkingen over Schotvanger en Dorreboom wijzen op een antecedentenonderzoek, waarbij onregelmatigheden of speculatie met overheidsproducten als diskwalificatiegrond dienen. Het document is te situeren in de context van de distributie en schaarste tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, werd de economie streng gereguleerd. De term "regeeringsuien" duidt op door de staat beheerde voedselvoorraden. De "Combinatie" was vermoedelijk een door de gemeente erkend kartel of distributieorgaan dat verantwoordelijk was voor de eerlijke verdeling van goederen. In deze periode trachtten gemeenten de handel te centraliseren om speculatie ("zwarthandel") tegen te gaan en de bevoorrading van de bevolking te garanderen. De genoemde plaats Haarlem en de referentie naar de Gemeenteraad duiden op een lokaal-bestuurlijk proces van marktregulering.