Pagina uit een officiële circulaire of besluit (pagina 2).
Origineel
Pagina uit een officiële circulaire of besluit (pagina 2). De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, H.A. van IJsselsteijn. 2
hoogste 70 K.G. voor ieder ingezetene boven een jaar, — opslaan, betalen daarvoor denzelfden prijs als bij distributie op bons moet worden betaald, te weten den kleinhandelsprijs.
Er zal zooveel mogelijk voor gezorgd worden, dat de voor opslag bestemde hoeveelheden zoo spoedig doenlijk in iedere gemeente aanwezig zijn.
In het geval de opslag plaats vindt door aankoop van verbouwers, aangewezen door de gemeente, geschiedt deze aankoop onder controle van den Regeeringscommissaris en het gemeentelijk distributiebedrijf direct van de landbouwers. De verrekening heeft plaats door den belanghebbende met den leverancier tegen den vastgestelden prijs bij den verbouwer van f 6.50 per 100 K.G. Op deze aardappels wordt dus geen toeslag gegeven.
Voor de uitvoering van den opslag is het noodig, dat de gemeenten, welke tot het toestaan van opslag besluiten, het gebruik van afzonderlijke aardappelkaarten of aardappel-bonboekjes invoeren. Om deze te verkrijgen, moet door den belanghebbende een aanvraag-formulier, waarvoor een model I, dat naar omstandigheden kan worden gewijzigd, is bijgevoegd, worden ingevuld. Daarin is, zooals blijkt, eene vraag opgenomen (nº. 5) over bereids opgeslagen hoeveelheden aardappelen, ten einde dezen opslag te kunnen achterhalen, daar hij in mindering van het totale rantsoen moet worden gebracht.
De zesde vraag laat den aanvrager de keus tusschen opslag van het distributiebedrijf of van den landbouwer zijner keuze. Het ligt daarbij in de bedoeling om alleen ter plaatse, d. i. in de gemeente zelve of in de omringende door den Regeeringscommissaris aangewezen gemeenten, te doen koopen.
Wil hij, die opslag wenscht, bij den landbouwer zijner keuze koopen, dan krijgt hij van het gemeentelijk levensmiddelenbedrijf daarvoor eene machtiging als bijgaand model II, B, waarop hij een maximum rantsoen te rekenen van 15 November a. s. van 130 K.G., of het door het gemeentebestuur vastgestelde gedeelte daarvan, kan ontvangen. Het model is verdeeld in drieën: A. de stock; B. het machtigingsbiljet, dat als een soort vorderingsbiljet is te beschouwen en tevens als vervoerbiljet dient en C. het ontvangbewijs, dat de afleverende landbouwer ontvangt, die daarmede zijn oogst tegenover den Regeeringscommissaris verantwoorden kan.
In geen geval is het geoorloofd, dat gemeentebesturen aan de ingezetenen toestaan, aardappelen op te slaan zonder behoorlijke controle.
De gemeentebesturen, welke geen opslag toestaan, zullen evenals in het vorige jaar eene reserve voor zes weken moeten maken. Zij doen hiervan zoo spoedig doenlijk mededeeling aan den Regeeringscommissaris met hunne bestelling voor die reserve, zooals hieronder is omschreven.
Bovendien gaan deze gemeenten door met het doen hunner bestellingen voor de vier-weeksche perioden.
De bestellingen moeten worden ingediend vóór 28 October a.s., op door het Rijks-distributiekantoor daarvoor vastgestelde formulieren, bij den Regeeringscommissaris voor de graanverzameling in de provincie, die deze aanvragen beoordeelt, in verband met de gegevens, waarover hij beschikt en ze daarna, zoo noodig gewijzigd of aangevuld, doorzendt aan het Rijksdistributiekantoor.
De aardappelen, welke bestemd zijn voor het deel der bevolking, dat niet kan opslaan, moeten op oordeelkundige wijze door de zorgen van het gemeentebestuur, onder voorlichting van deskundigen, worden opgeslagen. Voor het bewaren van dezen voorraad verwijs ik U, voor zooveel noodig, naar de gegevens, welke U ten vorigen jare zijn verstrekt door het Rijksdistributiekantoor bij zijne circulaire van 30 October 1917.
Ten slotte merk ik op, dat elk gemeentebestuur voor 28 October a.s. aan den Regeeringscommissaris voor de graanverzameling in zijne provincie dient op te geven op welke wijze het zijne aardappelvoorziening in den a.s. winter geregeld wenscht te zien, mits zulks geschiedt in overeenstemming met de hierboven ontwikkelde beginselen.
De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel,
H. A. v. IJSSELSTEIJN. Dit document beschrijft de bureaucratische afhandeling van de aardappelvoorziening in een tijd van schaarste. Enkele kernpunten uit de tekst:
- Rantsoenering: Burgers mogen maximaal 70 kg aardappelen per persoon (boven de één jaar) zelf opslaan. Voor wie bij de boer koopt, wordt een rantsoen van 130 kg berekend vanaf 15 november.
- Prijsbeheersing: De prijs bij de verbouwer is vastgesteld op f 6,50 per 100 kg om woekerprijzen te voorkomen.
- Controle en Systematiek: Er is sprake van een strikt systeem met bonboekjes, aanvraagformulieren ("Model I") en machtigingsbiljetten ("Model II, B"). De overheid wil precies weten hoeveel er "bereids" (al) is opgeslagen om dit van het rantsoen af te trekken.
- Rol van de Gemeente: Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering, de controle en het aanleggen van reserves voor zes weken voor diegenen die zelf geen opslagruimte hebben.
- Rode onderstrepingen: De handmatige onderstrepingen benadrukken de deadlines (28 oktober) en de verplichting voor gemeenten om reserves aan te leggen en bestellingen tijdig door te geven aan de Regeeringscommissaris. Dit document bevindt zich in de context van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, kampte het land door de Britse blokkade en de onbeperkte duikbootoorlog met enorme voedseltekorten.
Aardappelen waren volksvoedsel nummer één. In 1917 had het "Aardappeloproer" in Amsterdam al aangetoond hoe explosief de situatie was wanneer de distributie faalde. De hier beschreven minister, Harm Arend van IJsselsteijn (minister van 1918 tot 1922), probeerde met deze strikte regels de voedselvoorziening in de winter van 1918-1919 veilig te stellen. De oprichting van het Rijksdistributiekantoor (1916) was cruciaal in dit proces om eerlijke verdeling te waarborgen en zwarte handel tegen te gaan. De deadline van 28 oktober (kort voor de wapenstilstand van 11 november 1918) toont aan dat men zelfs in de laatste dagen van de oorlog nog rekende op een winter van schaarste.