Archiefdocument
Origineel
BEGROOTING VAN DE UITGAVEN
VAN
de Levensmiddelen voorziening
over den dienst 1921.
| Artikel | OMSCHRIJVING | REKENING OVER 1919 | BEGROOTING TOEGESTAAN VOOR 1920 | BEGROOTING VOORGEDRAGEN VOOR 1921 | TOELICHTING EN AANMERKINGEN |
|---|---|---|---|---|---|
| Transport | f 57.317, 67 | ||||
| 10 | Onderhoud | 9.050,- | ad art. 10 Onderhoud gebouwen, auto, lichters en gereedschappen. [in rood: 1/4 6750] | ||
| 11 | Benzine verbruik | 1.000,- | [in rood: 1/4 750] | ||
| 12 | Telefoon | 100,- | |||
| 13 | Bijdrage Geneeskundige Dienst | 75,- | |||
| 14 | Afschrijving | 9.050,- | ad art. 14 20% van f 20.000,- verbouwings- en inrichtingskosten loodsen f 4000,- [in rood: 1/2] 10% van f 15.000,- van lichters f 1.500,- 10% van f 500,- kantoorinventaris f 50,- 10% van f 5.000,- gereedschappen f 500,- 20% van f 15.000,- vrachtauto en materiaal f 3.000,- --------- f 9.050,- |
||
| 15 | Rente kapitaal | 3.300,- | ad art 15 6% van f 55.000,- = f 3.300,- | ||
| 16 | Onvoorziene uitgaven | 1.463,33 | |||
| ---------- | |||||
| f 82.000,- | |||||
| ========== |
Amsterdam 28 mei 1920
DE DIRECTEUR VAN HET MARKTWEZEN,
(getekend) J.H. Claassen * Budgettaire structuur: Het document volgt de standaard boekhoudkundige normen van die tijd, waarbij exploitatiekosten (zoals benzine en telefoon) worden gescheiden van kapitaallasten (rente en afschrijvingen).
* Rode annotaties: Er zijn duidelijke handgeschreven correcties in rode inkt zichtbaar. De breuk "1/4" bij post 11 (Benzine) met het bedrag 750 suggereert een opgelegde bezuiniging van 25% op het oorspronkelijk voorgestelde bedrag van 1000 gulden. Dit wijst op een streng toezicht vanuit de gemeentelijke financiële controle of de gemeenteraad.
* Activa: Uit artikel 14 blijkt waar de dienst over beschikte: loodsen, lichters (binnenvaartschepen voor transport over grachten), gereedschappen, een vrachtauto en kantoorinventaris. De afschrijvingspercentages variëren van 10% tot 20%, wat gangbaar was voor dergelijk materieel.
* Financiering: De rente op het werkkapitaal (artikel 15) is vastgesteld op 6%, een realistische marktrente voor de vroege jaren twintig. De "Dienst der Levensmiddelenvoorziening" was een essentieel onderdeel van het gemeentebestuur in Amsterdam tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel de oorlog in 1920 voorbij was, bleef de overheid nauw betrokken bij de voedselvoorziening om sociale onrust en woekerprijzen te voorkomen.
Het feit dat de directeur van het "Marktwezen" dit ondertekent, onderstreept de nauwe band tussen de reguliere markttoezichthouder en de noodvoorzieningen. De 'lichters' (schepen) benadrukken het belang van de waterwegen voor de logistiek in Amsterdam vóór de grootschalige doorbraak van het vrachtverkeer over de weg. De begrotingsronde in mei 1920 voor het jaar 1921 valt in een periode van economische instabiliteit en inflatie na de oorlog. J.H. Claassen Gemeente Amsterdam Marktwezen