Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 7 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Rechtsboven, handgeschreven:]
2 env. Ger. de Graer.
[Linksboven, getypt:]
VP/HG.
30/52/2 M.
[Rechtsmidden, getypt:]
7 September 1939.
[Linksmidden, getypt:]
Aanvraag uitstalvergunning
ten name van H. Schuitevoerder.
den Heer Directeur der
Gemeente-Belastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
[Lichaam van de brief:]
Onder terugzending van de met Uw apostille No. 2654
Bel.Pr.1939 d.d. 10 Augustus jl. om advies ontvangen stukken
heb ik de eer U te berichten, dat ik mij vereenig met het
zich onder deze stukken bevindende advies van den Hoofdcommis-
saris van Politie d.d. 18 Juli jl. (Lr.S.No.11197/1939. Dossier
U.l.c. Groep C.).
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief antwoord binnen de gemeente Amsterdam. De Directeur van een niet nader genoemde dienst (mogelijk Publieke Werken gezien de aard van de vergunning) reageert op een adviesaanvraag van de Directeur der Gemeente-Belastingen.
De kern van de brief is de instemming met een advies van de Hoofdcommissaris van Politie betreffende een 'uitstalvergunning'. Een dergelijke vergunning was (en is) nodig wanneer een winkelier goederen op de openbare weg (het trottoir) wil uitstallen. De procedure laat zien dat verschillende instanties (Belastingen, Politie en de betreffende vakdirectie) betrokken waren bij het verlenen van dergelijke toestemmingen. De brief refereert nauwgezet aan eerdere poststukken ("apostille No. 2654") en politierapporten om de administratieve keten te waarborgen. De datum van de brief, 7 september 1939, is historisch saillant. Het is slechts enkele dagen na de Duitse inval in Polen (1 september) en de daaropvolgende oorlogsverklaringen van Groot-Brittannië en Frankrijk aan Duitsland (3 september). Terwijl Europa aan de vooravond van een grootschalig conflict stond, draaide de gemeentelijke bureaucratie in het nog neutrale Nederland gewoon door met alledaagse zaken zoals uitstalvergunningen voor winkeliers.
De naam H. Schuitevoerder verwijst naar de aanvrager. De familie Schuitevoerder was een bekende Joodse familienaam in Amsterdam, vaak werkzaam in de handel. Gezien de locatie "Wijk 7" (onderdeel van het centrum/oude stad) en de aard van de vergunning, betrof dit waarschijnlijk een winkelpand in die buurt. Onderzoek in het Stadsarchief Amsterdam zou meer licht kunnen werpen op de exacte locatie van de winkel van de heer Schuitevoerder. De vermelding "Wijk 7" hielp de administratie bij het sorteren van dossiers per stadsdeel.