Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 69
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.

14 oktober 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen Amsterdam). Aan: Den Heer J. Gobits, Nieuwe Hoogstraat 21 I, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 14 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen Amsterdam). Den Heer J. Gobits, Nieuwe Hoogstraat 21 I, Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:]
2 Ex. M. de Boer.

[Midden boven, getypt:]
VG/HG.

[Linksboven, getypt:]
30/60/4 M.

[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 14/10-'39

[Rechts, getypt:]
14 October 1939.

[Adresblok, getypt:]
den Heer J. Gobits,
Nwe. Hoogstraat 21 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

[Inhoud brief, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 October jl. bericht ik U, dat de intrekking van Uw plaats op de markt Waterlooplein niet ongedaan kan worden gemaakt.

[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, * Onderwerp: De brief is een formele afwijzing van een bezwaarschrift of verzoek. De ontvanger, de heer J. Gobits, had blijkbaar gevraagd om de intrekking van zijn standplaats op de Waterloopleinmarkt terug te draaien. De directeur weigert dit verzoek zonder verdere opgaaf van redenen in deze brief.
* Toon: De tekst is kort, zakelijk en beslist ("niet ongedaan kan worden gemaakt"). Dit is typerend voor de formele ambtelijke correspondentie van die tijd.
* Administratieve context: De codes "VG/HG." verwijzen waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist. De handgeschreven aantekening "Verzonden 14/10-'39" bevestigt de administratieve verwerking op de dag van datering. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog een maand eerder uitgebroken na de inval in Polen. De economische en sociale druk nam toe.
* Locatie en Achtergrond: De Waterloopleinmarkt was het hart van de handel in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Gobits is een bekende Nederlands-Joodse familienaam, en de Nieuwe Hoogstraat ligt midden in dit historische centrum.
* Betekenis: Het verliezen van een marktplaats op het Waterlooplein betekende voor een koopman in die tijd vaak een direct verlies van het primaire inkomen. Hoewel de brief dateert van vóór de Duitse bezetting (mei 1940), illustreert het de bureaucratische strichtigheid waarmee marktvergunningen werden beheerd. In de oorlogsjaren die volgden, zouden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de markten worden verbannen, maar dit specifieke document lijkt een reguliere (hoewel voor de betrokkene ingrijpende) gemeentelijke beslissing te betreffen.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief is een formele afwijzing van een bezwaarschrift of verzoek. De ontvanger, de heer J. Gobits, had blijkbaar gevraagd om de intrekking van zijn standplaats op de Waterloopleinmarkt terug te draaien. De directeur weigert dit verzoek zonder verdere opgaaf van redenen in deze brief.
  • Toon: De tekst is kort, zakelijk en beslist ("niet ongedaan kan worden gemaakt"). Dit is typerend voor de formele ambtelijke correspondentie van die tijd.
  • Administratieve context: De codes "VG/HG." verwijzen waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist. De handgeschreven aantekening "Verzonden 14/10-'39" bevestigt de administratieve verwerking op de dag van datering.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van oktober 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog een maand eerder uitgebroken na de inval in Polen. De economische en sociale druk nam toe.
  • Locatie en Achtergrond: De Waterloopleinmarkt was het hart van de handel in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Gobits is een bekende Nederlands-Joodse familienaam, en de Nieuwe Hoogstraat ligt midden in dit historische centrum.
  • Betekenis: Het verliezen van een marktplaats op het Waterlooplein betekende voor een koopman in die tijd vaak een direct verlies van het primaire inkomen. Hoewel de brief dateert van vóór de Duitse bezetting (mei 1940), illustreert het de bureaucratische strichtigheid waarmee marktvergunningen werden beheerd. In de oorlogsjaren die volgden, zouden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de markten worden verbannen, maar dit specifieke document lijkt een reguliere (hoewel voor de betrokkene ingrijpende) gemeentelijke beslissing te betreffen.