Ambtelijke correspondentie / Verslag.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Verslag. 10 februari 1939. J.A. Uitvlugt (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Den heer Inspecteur
v. h. Marktwezen. Alhier.
Op brief 31/10/1 M 1939 kan ik u mededeelen dat
het niet mogelijk is om vaste plaatshouders des Zondags
op de Uilenburgermarkt een losse plaats aan te wijzen,
zooals in het reglement op de markten, Art: 7 staat aange-
geven, daar deze markt uit drie rayons bestaat, waarvoor
in ieder rayon een Ambtenaar is aangewezen die belast
is met het innen van marktgelden. Indien ik Art. 7
zou nakomen en de vaste plaatshouders over de heele
markt verspreidde, was het voor genoemde Ambtenaren
niet mogelijk om het marktgeld te innen, daar zij dan
de vaste plaatshouders uit hun rayons over de heele markt
moesten opzoeken, wat op deze druk bezochte markt
niet mogelijk is. Een uitzondering wordt door mij
gemaakt met slecht weer, wanneer de markt slecht
bezet is. Dan worden de vaste plaatshouders door mij
in de gelegenheid gesteld een betere plaats in te nemen,
daar het dan voor de ambtenaren die met de inning zijn
belast niet te veel moeite is, om zij die verplaatst zijn
op te zoeken. Voor een andere plaats kan de heer Winnik
zich opgeven, daar er — 7 — plaatsen door mij schriftelijk
bekend zijn gemaakt. Amsterdam 10 Februari 1939.
Uit markt technies oogpunt [handtekening: J.A. Uitvlugt]
acht ik juister dat de vaste
plaatshouders op hun vaste plaatsen
blijven staan.
--- In deze brief rapporteert een ambtenaar (J.A. Uitvlugt) aan de Inspecteur van het Marktwezen over een praktisch conflict tussen de officiële regels en de uitvoering op de werkvloer.
- Het conflict: Volgens Artikel 7 van het marktreglement zouden vaste plaatshouders blijkbaar op zondag aanspraak kunnen maken op een 'losse' (andere) plaats. De schrijver stelt dat dit op de Uilenburgermarkt onuitvoerbaar is.
- De reden: De markt is verdeeld in drie 'rayons' (sectoren) met elk een eigen belastinginner. Als standhouders gaan schuiven, kunnen de inners hun specifieke pacht-betalers niet meer vinden in de menigte.
- De uitzondering: Alleen bij slecht weer, wanneer de markt rustig is, wordt er van de regel afgeweken om standhouders een betere (beschuttere) plek te gunnen.
- Casus Winnik: De brief noemt specifiek een 'heer Winnik'. Dit suggereert dat de brief een reactie is op een klacht of verzoek van deze specifieke standhouder.
- Taalgebruik: Het document hanteert een zakelijke, ambtelijke stijl. Interessant is de spelling "technies" (in plaats van technisch), wat duidt op de destijds in zwang zijnde vereenvoudigde spelling of een persoonlijk taaleigen van de schrijver.
--- De brief dateert van februari 1939, een cruciaal moment in de geschiedenis van Amsterdam. De Uilenburgermarkt bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt (Uilenburg). De markt was op zondag een van de drukste en meest levendige plekken van de stad, omdat de Joodse handelaren vanwege de sabbat op zaterdag gesloten waren en op zondag hun belangrijkste handelsdag hadden.
Dit document biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de logistieke uitdagingen van het Amsterdamse marktwezen vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "heer Winnik" was hoogstwaarschijnlijk een Joodse marktkoopman; namen als Winnik kwamen in die periode veelvuldig voor in de Amsterdamse Joodse gemeenschap. Kort na het schrijven van deze brief zou de bezetting de dynamiek van deze markt en het leven van de standhouders voorgoed en op tragische wijze veranderen.