Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 205
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële waarschuwingsbrief van de Gemeente Amsterdam.

23 maart 1939.

Origineel

Officiële waarschuwingsbrief van de Gemeente Amsterdam. 23 maart 1939. MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 31/18/3 M
BIJLAGE __________
ONDERWERP: __________

(handgeschreven:) verzonden 23/3
G.

AMSTERDAM (W.) 23 Maart 1939
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer C. Ravesteyn,
Dykstraat 30 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 1.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Uilenburg te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór op 26 Maart a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 2 April a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele ingebrekestelling gestuurd door de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam aan een marktkoopman, de heer C. Ravesteyn. Uit de brief blijkt dat de heer Ravesteyn al meer dan drie weken achterloopt met de betaling van het staangeld voor zijn vaste plek op de markt op Uilenburg.

De toon is streng en bureaucratisch, met een duidelijke deadline (26 maart) en een directe sanctie: het onherroepelijk verlies van zijn vaste marktplaats per 2 april. De brief hanteert de juridische kaders van het toenmalige 'Reglement op de Markten'.

Opvallend is de nuance in de laatste paragraaf: de overheid erkent dat er verzachtende omstandigheden kunnen zijn, zoals armoede ("steun genieten") of ziekte. Dit biedt een inkijkje in de sociale context van 1939, waarbij de economische situatie voor velen nog precair was. De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam kende in die tijd een levendig marktsysteem. De genoemde locatie, Uilenburg, was van oudsher een dichtbevolkte Amsterdamse wijk met een sterke Joodse aanwezigheid en een bekende dagmarkt.

De vermelding van de Jan van Galenstraat 14 als adres voor het Marktwezen verwijst naar de toen relatief nieuwe Centrale Markthallen (geopend in 1934), waar de administratie van de Amsterdamse markten gehuisvest was.

De handgeschreven aantekening "verzonden 23/3" is een typisch voorbeeld van een administratief controleteken in een archiefstuk, om te bevestigen dat de brief daadwerkelijk de deur uit is gegaan. Het document biedt waardevolle sociaal-economische informatie over hoe de stad Amsterdam haar marktkooplieden reguleerde en hoe zij omging met betalingsproblemen in een tijd van economische spanning.

Samenvatting

Dit document is een formele ingebrekestelling gestuurd door de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam aan een marktkoopman, de heer C. Ravesteyn. Uit de brief blijkt dat de heer Ravesteyn al meer dan drie weken achterloopt met de betaling van het staangeld voor zijn vaste plek op de markt op Uilenburg.

De toon is streng en bureaucratisch, met een duidelijke deadline (26 maart) en een directe sanctie: het onherroepelijk verlies van zijn vaste marktplaats per 2 april. De brief hanteert de juridische kaders van het toenmalige 'Reglement op de Markten'.

Opvallend is de nuance in de laatste paragraaf: de overheid erkent dat er verzachtende omstandigheden kunnen zijn, zoals armoede ("steun genieten") of ziekte. Dit biedt een inkijkje in de sociale context van 1939, waarbij de economische situatie voor velen nog precair was.

Historische Context

De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam kende in die tijd een levendig marktsysteem. De genoemde locatie, Uilenburg, was van oudsher een dichtbevolkte Amsterdamse wijk met een sterke Joodse aanwezigheid en een bekende dagmarkt.

De vermelding van de Jan van Galenstraat 14 als adres voor het Marktwezen verwijst naar de toen relatief nieuwe Centrale Markthallen (geopend in 1934), waar de administratie van de Amsterdamse markten gehuisvest was.

De handgeschreven aantekening "verzonden 23/3" is een typisch voorbeeld van een administratief controleteken in een archiefstuk, om te bevestigen dat de brief daadwerkelijk de deur uit is gegaan. Het document biedt waardevolle sociaal-economische informatie over hoe de stad Amsterdam haar marktkooplieden reguleerde en hoe zij omging met betalingsproblemen in een tijd van economische spanning.