Officiële brief/aanmaning
Origineel
Officiële brief/aanmaning 3 mei 1939 Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.) Den Heer S. van Praag, Blasiusstraat 99 II, Amsterdam-Oost MARKTWEZEN AMSTERDAM
Verzonden 3/5 [met potlood bijgeschreven]
G.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 31/26/2 M.
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 3 Mei 1939
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer S. van Praag,
Blasiusstraat 99 II,
Amsterdam-Oost.
Wyk 11.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in ge-
breke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw
plaats op de markt Uilenburg
te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór op 7 Mei
a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in
gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel
11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 14 Mei
a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw
verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet;
in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk
myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden
voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele waarschuwing van de gemeente Amsterdam (Marktwezen) aan een marktkraamhouder. De kernboodschap is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor een standplaats op de markt in de wijk Uilenburg.
De toon is zakelijk en dwingend:
* Deadline: De ontvanger krijgt tot 7 mei 1939 de tijd om te betalen.
* Sanctie: Bij niet-betaling volgt per 14 mei 1939 intrekking van de vaste standplaats op basis van artikel 11 van het marktreglement.
* Clausule: Er wordt ruimte gelaten voor verzachtende omstandigheden (zoals ziekte of het ontvangen van steun), mits dit direct gemeld wordt.
Taalkundig valt het gebruik van de "y" op plaatsen waar we tegenwoordig "ij" schrijven op (hierby, wys, blyft, onherroepelyk, onmiddellyk, myn), wat destijds nog voorkwam in ambtelijke correspondentie. Het document dateert van mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locatie van de markt, Uilenburg, was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. Ook de naam van de geadresseerde, S. van Praag, is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van die tijd.
In 1939 heerste er nog steeds economische malaise en voor veel kleine handelaren was het opbrengen van de wekelijkse marktgeldgelden een zware last. De brief illustreert de strikte handhaving van de gemeentelijke regels, zelfs wanneer er rekening werd gehouden met "steun" (sociale bijstand). Dit soort documenten biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de economische kwetsbaarheid van marktkooplui in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Na mei 1940 zouden dergelijke administratieve processen door de bezetter worden gebruikt om Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven te weren.