Brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie). 20 juni 1939. T. Slitsluyt (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen - alhier.
Op brief 31/31/1 - 39 van plaatshouder
193 G. de Groot, kan ik u mededeelen dat de
Groot op 16/4 - 39 een vaste plaats is toegewezen
van 16/4 - 39 tot 10/6 - 39 dat is 10 weken, heeft hij zijn
plaats eerst drie keer bezet. Een klacht over
concurrentie is bij mij van zijn kant niet inge-
komen. Indien echter twee stallen van hem
af een concurrent staat, is dit voor mij geen
reden tot klagen. Er wordt door mij zooveel
mogelijk rekening gehouden, om concurrenten
niet te dicht bij elkaar te zetten. Volgens
mij is deze klacht dan ook ongegrond.
Voor genoemde plaats, waar G de Groot
inaanmerking wenscht te komen, kan ik
u mededeelen, dat dit niet mogelijk is,
daar deze plaats is toegewezen aan M. Geusman
die in steun is.
Amsterdam 20 Juni 1939
T. Slitsluyt Dit document is een intern schrijven binnen de Amsterdamse gemeentelijke dienst van het Marktwezen. De kern van de zaak is een klacht van een marktkoopman, G. de Groot, die ontevreden is over de mate van concurrentie op zijn toegewezen plek.
De rapporteur (Slitsluyt) brengt een aantal feiten naar voren die de geloofwaardigheid van de klager ondermijnen:
1. Gebrek aan aanwezigheid: Hoewel De Groot een vaste plaats had voor 10 weken, is hij slechts drie keer komen opdagen.
2. Definitie van hinder: De schrijver stelt dat een afstand van twee kramen tussen concurrenten acceptabel is binnen het marktbeheer en dus geen geldige reden voor een klacht vormt.
3. Toewijzing: De Groot heeft blijkbaar verzocht om een andere specifieke plek, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat die plek reeds vergeven is aan een zekere M. Geusman.
De toon is zakelijk en lichtelijk defensief wat betreft het eigen beleid ("Er wordt door mij zooveel mogelijk rekening gehouden..."). Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de economische gevolgen van de Grote Depressie nog steeds voelbaar waren.
De opmerking dat de andere marktkoopman (M. Geusman) "in steun is", is hierbij cruciaal. Dit betekent dat Geusman een werklozenuitkering of sociale bijstand ontving. In de jaren '30 was het beleid vaak om mensen "in de steun" voorrang te geven bij het verkrijgen van marktvergunningen of specifieke standplaatsen, zodat zij in hun eigen onderhoud konden voorzien en de gemeentekas minder belastten. Dit verklaart waarom de voorkeur wordt gegeven aan Geusman boven De Groot, die blijkbaar zijn toegewezen kansen niet optimaal benutte. De strikte regulering van standplaatsen was essentieel om de orde en economische levensvatbaarheid op de Amsterdamse markten te bewaken.