Archiefdocument
Origineel
3 augustus 1939 MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 31/45/1 M.
AMSTERDAM (W.) 3 Augustus 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer P.P. Chandron,
VonzZesenstraat 38 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Uilenburg te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóórop 6 Augustus a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 13 Augustus a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur, Deze brief is een formele ingebrekestelling. De toon is strikt zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De kern van het schrijven is een ultimatieve waarschuwing: de heer Chandron heeft een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor zijn standplaats op de markt Uilenburg. Er wordt een harde deadline gesteld voor betaling (6 augustus), met de sanctie dat de standplaats anders onherroepelijk wordt ingenomen per 13 augustus, conform de marktverordening.
Interessant is de laatste alinea, die ruimte laat voor coulance bij overmacht. Het expliciet noemen van "steun" (sociale uitkering) of ziekenhuisopname als geldige redenen geeft een beeld van de precaire sociaaleconomische positie waarin markthandelaren aan het eind van de jaren '30 konden verkeren. De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "hierby", "blyft", "onmiddellyk"). De datum van de brief, 3 augustus 1939, plaatst dit document in een zeer bewogen tijdskader: minder dan een maand voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de inval in Polen. Terwijl de internationale spanningen opliepen, ging het dagelijks leven en de bijbehorende bureaucratie in Amsterdam gewoon door.
De locatie van de markt, Uilenburg, is historisch relevant. De Uilenburgerstraat en omgeving vormden het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel marktkooplui op deze markt waren Joods. De geadresseerde, de heer Chandron, woonde in de Von Zesenstraat in de Dapperbuurt, eveneens een buurt met een sterke markttraditie.
Dit document is een voorbeeld van 'alledaagse' geschiedenis; het toont hoe de gemeente strikt handhaafde op regels en betalingen, zelfs in een periode van grote onzekerheid. In de oorlogsjaren die volgden, zouden de markten in de Jodenbuurt en de levens van de mensen die er werkten drastisch en tragisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.