Getypte doorslag of afschrift van een brief.
Origineel
Getypte doorslag of afschrift van een brief. 21 juli 1939. Firma A. Gosler en Zonen, gevestigd aan de Joden Houttuinen 1, Amsterdam. No. 31/49/1 M. 1939. AFSCHRIFT.
No. 606 L.M. 1939.
A. Gosler en Zonen,
Joden Houttuinen 1
Amsterdam-Centrum.
Amsterdam, 21 Juli 1939.
Aan Burgemeester en Wethouders
van
Amsterdam.
Edelachtbare Heeren,
Ondergeteekende firma A. Gosler en Zonen, eigenaresse van perceel Nieuwe Uilenburgerstraat 125, heeft door een bericht in de pers kennis genomen, van de voorloopige plannen, om de voddenmarkt van het Waterlooplein naar de Nieuwe Uilenburgerstraat te verplaatsen.
Door de saneering dezer straat is een groote verbetering verkregen. Het bouwen van nieuwe huizenblokken en vestiging van nieuwe industrien heeft aan de Nieuwe Uilenburgerstraat een beter aanzien gegeven.
Reeds thans ondervindt ondergeteekende van de Zondagsmarkt veel last en hinder. Het mocht echter niet baten, dat de secretaris van Bouwfonds Handwerkers Vriendekring een uitgebreid onderhoud hierover gehad heeft, met den directeur van het Marktwezen. De onhygiënische gevolgen van de markt bleven bestaan.
De Nieuwe Uilenburgerstraat is geprojecteerd als ruime verkeersweg, hetgeen ook voor ons bedrijf van groot belang is. Het nog nieuwe gebouw eerst kortelings hier geplaatst, werd hier neergezet, met overwegingen, waarvan genoemde verbeteringen de basis [doorgehaalde tekst] vormden. Indien deze nieuwe straat bestemd wordt als voddenmarkt, zouden daar zeer ongewenschte toestanden ontstaan.
De industrieën, daar gevestigd zouden ernstig in hun bedrijf geschaad worden en de huizen gedevalueerd, wanneer deze straat tot het peil van voddenmarkt zou worden verlaagd.
Met verschuldigde eerbied verzoekt ondergeteekende U daarom de Nwe. Uilenburgerstraat niet aan te wijzen voor een dagelijksche voddenmarkt.
Met de meeste hoogachting,
w.g. onleesbaar. * Kern van het bezwaar: De firma Gosler en Zonen protesteert fel tegen de plannen van de gemeente om de "voddenmarkt" (de handel in oude kleding en textiel) te verplaatsen naar hun straat.
* Argumentatie:
1. Stadsvernieuwing: De straat is net gesaneerd en gemoderniseerd met nieuwe woningbouw en industrie. Een markt zou deze "verbetering" en het "aanzien" tenietdoen.
2. Bestaande overlast: Er is al negatieve ervaring met de huidige zondagsmarkt; eerdere klachten via het Bouwfonds Handwerkers Vriendekring bij de directeur van het Marktwezen hadden geen effect. Men vreest voor "onhygiënische gevolgen".
3. Infrastructuur: De straat is bedoeld als brede verkeersweg, essentieel voor de bedrijfsvoering van de daar gevestigde industrie.
4. Economische schade: De schrijvers stellen dat de komst van de markt de waarde van het vastgoed zou doen dalen ("gedevalueerd") en het vestigingsklimaat zou schaden. De bewoording "verlaagd tot het peil van voddenmarkt" getuigt van een zeker dedain voor deze vorm van straathandel.
* Stijl: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige ambtelijke taal van die tijd ("Edelachtbare Heeren", "ondergeteekende"), maar de boodschap is een duidelijke waarschuwing voor economische achteruitgang. Dit document stamt uit juli 1939, minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De Nieuwe Uilenburgerstraat en de Joden Houttuinen bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De wijk onderging in die jaren een grootscheepse sanering: oude, vervallen krotwoningen maakten plaats voor moderne bouwprojecten, vaak geïnitieerd door socialistische verenigingen zoals de Handwerkers Vriendekring.
De firma A. Gosler en Zonen was een Joodse onderneming (waarschijnlijk in metaal of textiel, gezien de locatie). De brief illustreert de frictie tussen de traditionele, informele economie van de buurt (de markt) en de opkomende moderne industrie en stadsplanning die streefde naar hygiëne, orde en een "modern aanzien". Het Waterlooplein was destijds de centrale plek voor deze handel, maar de gemeente zocht wegens herinrichting naar alternatieve locaties, wat stuitte op verzet van omwonenden en ondernemers in de omliggende straten.