Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 334
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief (doorslag).

5 september 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of Publieke Werken, Amsterdam).

Origineel

Ambtsbrief (doorslag). 5 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of Publieke Werken, Amsterdam). [Linksboven:]
VP/HG.

31/49/3 M.
n 2

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 5/9

[Rechtsboven, handgeschreven:]
In de Kaar

[Rechtsboven:]
5 September 1939.

[Linksmidden, onderwerp:]
Protest van huiseigenaren
Nieuwe Uilenburgerstraat
tegen eventueele vestiging
lompenmarkt.

[Rechtsmidden, adres:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Brieftekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 18 Augustus jl. om advies ontvangen stukken no.606 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat mij geen plannen bekend zijn om de lompenmarkt van het Waterlooplein naar de Nieuwe Uilenburgerstraat te verplaatsen. Zooals U weet, ligt het in de bedoeling om de bedoelde markt te vestigen op een deel van het Waterlooplein, waar thans de speeltuin is.
Ik geef U beleefd in overweging den adressanten te doen berichten, dat geen plannen tot verplaatsing der lompenmarkt naar de Nieuwe Uilenburgerstraat, bestaan.

[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze ambtelijke brief is een reactie op onrust onder huiseigenaren in de Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam. Zij vreesden dat de bekende "lompenmarkt" (een markt voor oude kleren en textiel) van het Waterlooplein naar hun straat verplaatst zou worden. De directeur stelt de wethouder gerust: er zijn geen plannen voor zo'n verhuizing.

De brief onthult een specifiek stukje stadsplanning: de lompenmarkt zou wel verplaatst worden, maar binnen het Waterlooplein zelf, namelijk naar de plek waar op dat moment nog een speeltuin lag. Dit illustreert de constante strijd om de beperkte openbare ruimte in de dichtbevolkte oude stadswijken van Amsterdam. De toon is strikt formeel en zakelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse bureaucratie. De brief is gedateerd op 5 september 1939, slechts vier dagen nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen. Ondanks de internationale spanningen ging het dagelijks bestuur van de stad Amsterdam gewoon door met lokale aangelegenheden zoals marktverplaatsingen.

De locatie, de Uilenburg en het Waterlooplein, vormde het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De lompenmarkt was een essentieel onderdeel van de lokale economie en cultuur in deze buurt. De Nieuwe Uilenburgerstraat ligt direct achter het Waterlooplein. Het feit dat huiseigenaren protesteerden, suggereert dat men vreesde voor overlast, waardedaling van panden of een verdere verpaupering van de straat door de komst van de handel in tweedehands goederen.

Samenvatting

Deze ambtelijke brief is een reactie op onrust onder huiseigenaren in de Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam. Zij vreesden dat de bekende "lompenmarkt" (een markt voor oude kleren en textiel) van het Waterlooplein naar hun straat verplaatst zou worden. De directeur stelt de wethouder gerust: er zijn geen plannen voor zo'n verhuizing.

De brief onthult een specifiek stukje stadsplanning: de lompenmarkt zou wel verplaatst worden, maar binnen het Waterlooplein zelf, namelijk naar de plek waar op dat moment nog een speeltuin lag. Dit illustreert de constante strijd om de beperkte openbare ruimte in de dichtbevolkte oude stadswijken van Amsterdam. De toon is strikt formeel en zakelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse bureaucratie.

Historische Context

De brief is gedateerd op 5 september 1939, slechts vier dagen nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen. Ondanks de internationale spanningen ging het dagelijks bestuur van de stad Amsterdam gewoon door met lokale aangelegenheden zoals marktverplaatsingen.

De locatie, de Uilenburg en het Waterlooplein, vormde het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De lompenmarkt was een essentieel onderdeel van de lokale economie en cultuur in deze buurt. De Nieuwe Uilenburgerstraat ligt direct achter het Waterlooplein. Het feit dat huiseigenaren protesteerden, suggereert dat men vreesde voor overlast, waardedaling van panden of een verdere verpaupering van de straat door de komst van de handel in tweedehands goederen.