Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 2 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst van de Gemeente Amsterdam). Den Heer S. Kloot, Nwe. Kerkstraat 84 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 10). [Handgeschreven rechtsboven:] Zen. Res. de Haes.
[Getypt linksboven:] vP/HG. [Handgeschreven:] extra.
[Getypt linksboven onder kenmerk:] 31/52/2 M.
[Getypt rechtsboven:] 2 October 1939.
[Adresblok:]
den Heer S. Kloot,
Nwe. Kerkstraat 84 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Augustus jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes toestemming om slechts een maal per vier weken Uw plaats op de markt Uilenburg te bezetten.
De Directeur, * Beperkte toestemming: De brief is een formele reactie op een verzoek van de heer S. Kloot. Hoewel hij toestemming krijgt om zijn marktplaats te behouden, is dit gebonden aan strikte voorwaarden: het geldt voor slechts drie maanden en hij mag de plek maar één keer per vier weken bezetten.
* Administratieve context: De codes 'vP/HG' en '31/52/2 M' wijzen op een strakke bureaucratische ordening binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat. De handgeschreven toevoeging "extra" suggereert een afwijkende of bijzondere behandeling van dit dossier.
* Locatie: De markt Uilenburg was een bekende markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. De Nieuwe Kerkstraat, waar de ontvanger woonde, lag eveneens in het hart van deze buurt. Dit document stamt uit oktober 1939, een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de economische situatie gespannen.
De markt op Uilenburg was van oudsher een belangrijke plek voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De heer S. Kloot (mogelijk Salomon Kloot) probeerde hier blijkbaar zijn nering voort te zetten. De beperking tot "één maal per vier weken" kan duiden op een overschot aan marktkooplieden of strengere regulering door het marktwezen om plaatsen 'warm te houden' zonder dat ze dagelijks bezet werden, wellicht door afnemende handel of persoonlijke omstandigheden van de koopman.
Gezien de datum en de locatie is dit document een stille getuige van het dagelijks leven van Joodse Amsterdammers vlak voor de Duitse bezetting, waarin zij probeerden hun economische positie te handhaven binnen de geldende gemeentelijke regels.