Bewijs van ontslag (Afschrift).
Origineel
Bewijs van ontslag (Afschrift). 9 mei 1939. [Stempel linksboven:]
Nº 32 / 2 / wM. .39 10/5
[Bovenaan gecentreerd:]
ADMINISTRATIE DER GEVANGENISSEN.
================================
[Rechtsboven:]
Afschrift.
[Gecentreerd:]
Bewijs van ontslag.
[Hoofdtekst:]
De ondergeteekende, Hoofd van de Strafgevangenis te Alkmaar verklaart, dat W.F. Mackaij de straf van 4 mnd gevangenisstraf heeft ondergaan van 9 Januari 1939 tot 9 Mei 1939, welke straf was opgelegd bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, den 21 December 1938.
Het Hoofd der gevangenis.
w.g. onleesbaar.
[Financiële afrekening links:]
Zakgeld f 2,07
Uitgaanskas f 6,14
Eigen geld f_I -,-
----------
f 8,21
Af boete f 3,-
----------
f 5,21
==========
[Datum linksonder:]
den 9en Mei 1939.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder:]
Inschrijven amb 2/6 '39
opbergen
[Handtekening/Paraaf] * Inhoud: Het document is een officieel bewijs dat W.F. Mackaij zijn gevangenisstraf van vier maanden volledig heeft uitgezeten in de Strafgevangenis van Alkmaar.
* Rechtsgrond: De straf werd opgelegd door het Gerechtshof te Amsterdam op 21 december 1938.
* Financiën: Bij ontslag vindt een financiële verrekening plaats. Het bedrag bestaat uit zakgeld (verdiend met arbeid in de gevangenis) en een uitgaanskas. Van het totaalbedrag (f 8,21) is een boete van f 3,- afgetrokken, waardoor de betrokkene met f 5,21 de gevangenis verliet.
* Administratief proces: De term "Afschrift" en de handgeschreven notities ("Inschrijven", "opbergen") wijzen erop dat dit een kopie is voor het administratieve dossier van de gevangenis of de centrale administratie. * Historisch kader: Het document dateert van mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van het Nederlandse gevangeniswezen in het interbellum.
* Locatie: De Strafgevangenis te Alkmaar (bekend als Schutterswei) was in die tijd een belangrijke penitentiaire inrichting.
* Terminologie: Woorden als "arrest" (een uitspraak van een hoger rechtscollege) en de spelling ("ondergeteekende", "Mei") zijn kenmerkend voor de juridische en ambtelijke taal van de vroege 20e eeuw. W.F. Mackaij