Zakelijke brief / Ambtelijk schrijven.
Origineel
Zakelijke brief / Ambtelijk schrijven. 10 maart 1939 (verzonden op 11 maart 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam). 32/5/2 M.
Verzonden 11/3
M. de Boer
vP/G.
10 Maart 1939.
den Heer S. Nanninga,
Zuideinde 59,
V o l e n d a m.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer bericht ik U, dat het niet mogelyk is om zonder meer Uw inschryving op de sollicitantenlyst voor een vaste plaats op de markt Dapperstraat over te schryven op de sollicitantenlyst voor de markt Sumatrastraat. Uw naam is van de eerstbedoelde sollicitantenlyst geschrapt op grond van het feit, dat U een voor U bestemde vaste plaats niet heeft aanvaard. Indien U thans op de sollicitantenlyst voor de markt Sumatrastraat wenscht te worden ingeschreven dient U zich opnieuw persoonlyk ten hoofdkantore van myn dienst te vervoegen, teneinde de bedoelde inschryving te doen plaatsvinden.
De Directeur, Deze brief betreft een officiële afwijzing van een verzoek tot overplaatsing op een wachtlijst voor marktkooplieden. De heer Nanninga stond ingeschreven voor een vaste plek op de Dapperstraat, maar heeft een aangeboden plek daar geweigerd.
De kernpunten uit de correspondentie zijn:
1. Sanctie: Vanwege het weigeren van een toegewezen plek is de aanvrager van de sollicitantenlijst voor de Dapperstraat geschrapt.
2. Geen automatische overdracht: De inschrijving kan niet simpelweg worden 'overgeboekt' naar de wachtlijst voor de Sumatrastraat.
3. Procedure: De aanvrager moet zich persoonlijk op het hoofdkantoor melden als hij zich opnieuw wil inschrijven voor een andere markt.
De spelling (bijv. "mogelyk", "inschryving") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van voor de spellinghervorming van Marchant, hoewel de 'y' hier waarschijnlijk als vervanging voor de 'ij' is gebruikt door de schrijfmachine-instelling of kantoorgewoonte. De brief dateert uit maart 1939, een periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog waarin de regels voor marktstaanplaatsen in Amsterdam (gezien de locaties Dapperstraat en Sumatrastraat) strikt waren. Het feit dat de heer Nanninga in Volendam woonde maar een plek zocht op Amsterdamse markten, duidt op de regionale aantrekkingskracht van de hoofdstad voor handelaren.
De Dappermarkt en de markt in de Sumatrastraat (beiden in Amsterdam-Oost) waren belangrijke economische centra voor de buurt. Het systeem van 'sollicitantenlijsten' en de verplichting om 'persoonlyk' te verschijnen onderstrepen de bureaucratische controle op de ambulante handel in die tijd; men wilde hiermee waarschijnlijk handel in wachtlijstplaatsen voorkomen en de identiteit van de koopman vaststellen. M. Marktwezen