Koopliedenlijst
Personen op deze lijst
De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.
Transcriptie
[Pagina 14]
gegeten. De wintermaanden, waarin men nauwelijks een groote behoefte aan saprijke vruchten zou verwachten, vertoonen dus een consumptie, die 3 x zoo groot is als gedurende de zomermaanden, waarin het meest over dorst wordt geklaagd.
Uit tabel 6 is gebleken, dat het concurreerende fruit van de sinaasappel de gewone appel is en, dat deze door de citrusvruchten het meeste heeft te lijden gehad. Dit nu is ook in hoofdzaak een winterfruit. Wanneer dus het zomerfruit geen sterke concurrent voor het citrusfruit is, dan mag men verwachten, dat men 's zomers bereid is meer citrusvruchten te consumeeren, de vraag moet dan dus grooter zijn. Aangezien dan echter het aanbod gering is, moet hiervan het gevolg zijn: een prijsstijging.
De ervaring der kooplieden gaat ook inderdaad in deze richting. Een nauwkeurige detailstudie hierover is mij slechts in één geval bekend, die in de volgende tabel wordt weergegeven.
Tabel 7 14)
(pag. 75, tabel 27, omgewerkt.)
Ontvangen maandelijksche prijzen per kist sinaasappel f.o.b. Californië, voor de jaren 1932/1933 tot 1936/37 (prijzen in dollars (Am.)
| 1932/33 | 1933/34 | 1935/36 | 1936/37 | |
|---|---|---|---|---|
| Januari | 1.60 | 1.84 | 1.95 | 3.15 |
| Februari | 1.40 | 1.84 | 2.11 | 2.96 |
| Maart | 1.35 | 2.04 | 1.90 | 3.05 |
| April | 1.27 | 1.99 | 2.05 | 3.32 |
| Mei | 1.74 | 2.02 | 2.41 | 3.21 |
| Juni | 1.69 | 1.83 | 2.66 | 3.58 |
| Juli | 1.89 | 2.17 | 2.80 | 4.08 |
| Augustus | 1.88 | 2.25 | 2.80 | 4.02 |
| September | 2.18 | 2.10 | 3.21 | 4.03 |
| October | 1.92 | 2.24 | 2.93 | 3.48 |
| November | 1.99 | 1.94 | 2.31 | 2.12 |
| December | 1.63 | 1.72 | 2.22 | 1.84 |
Deze detailstudie laat zien, dat blijkbaar de koopmanservaring juist is en dat de gedachtengang, welke tot deze verwachting leidde, eveneens met het verkregen resultaat overeenstemt. In vele wetenschappen, maar zeker in de economische, een vrij zeldzaam verschijnsel!
De maanden Mei tot en met October vertoonen inderdaad de hoogste f.o.b. prijzen en in die perioden vallen weer de hoogste in de 3 maanden, welke ons het meest interesseeren.
Met dit feit voor oogen probeert men b.v. in Palestina het seizoen te verlengen. Het is bekend, dat het fruit, dat na half
[Pagina 15]
April in Londen arriveert, ondanks den dan verhoogden tol, zoo hoog in prijs staat, dat nog een goede winst te behalen is. Nu men, na de slechte ervaring der laatste jaren met grapefruit, waarvan de Angel-Saksische markt in de wintermaanden overvoerd blijkt te zijn, in Palestina reeds meer dan 20% der grapefruit aanplantingen omgeënt heeft, nu blijkt dit vrijwel algemeen geschied te zijn met de variëteit Valencia-late, die men tot Mei en in gunstige gevallen tot Juni op den boom kan laten.
Ook op Cyprus, waar men over eenige zeer late variëteiten beschikt, heeft men gedurende de laatste jaren speciaal hiervan vermeerderd. Ook in Egypte probeert men met late variëteiten op de markten te komen, hetgeen evenwel tot nu toe niet goed gelukt is. Indien het dus mogelijk is de cultuur der Surinaamsche sinaasappels dusdanig te beïnvloeden, dat de hoofdoogst in de zomermaanden valt, dan mag op een gemakkelijkere ontvangst op de markt worden gerekend en, hiermede samengaande, op een beteren prijs dan in andere maanden.
Samenvattend mag dus geconcludeerd worden, dat: hoewel er een einde schijnt te zijn gekomen aan de consumptiestijging van sinaasappels, welke tot ongeveer 1934 bemerkbaar was, in de thans nog voor den handel in dit fruit open landen, de hoofdoogst der Surinaamsche sinaasappels in de maanden valt, waarin de vraag het aanbod nog overtreft en de prijstendentie gunstig genoemd mag worden. Het cultuurstreven moet er dus op gericht zijn, den hoofdoogst in deze maanden te doen vallen.
Dit belangrijke punt zal nog verder ter sprake komen. Het economisch resultaat van een product wordt echter niet alleen door den verkoop bepaald, maar door het verschil tusschen de voortbrengingskosten en de verkoopprijs.
Nu we vastgesteld hebben, dat we redelijke kansen hebben om ons product te verkoopen en dat nog wel in een gunstige prijsklasse, nu hebben wij verder te onderzoeken, of wij voor die prijzen ons product loonend kunnen verkoopen en of ons product kwalitatief zóó is, dat een goede plaatsing ervoor op de markt is te verwachten.
Het is in den handel mogelijk op meerdere wijzen winst te behalen. Men kan handel drijven in een zeer goedkoop product, dat, hoewel niet van allerhoogste kwaliteit, toch voldoende goed is, om voor een breede groep koopers attractief te zijn en waarvan de productiekosten zóó laag zijn, dat zelfs lage verkoopprijzen nog een voldoende winstmarge laten. Men kan echter ook handel drijven in een zeer duur product, van zeer verfijnde kwaliteit, bestemd voor een betrekkelijk kleine klasse van afnemers, die bereid is voor een extra-qualiteit een extra-prijs te betalen. De hoogere productiekosten moeten nog met een extra-risicopremie — wegens geringe verkoopkansen — worden vermeerderd
--- * Economische logica: De auteur stelt vast dat hoewel de behoefte aan fruit in de winter groter lijkt, de prijzen voor sinaasappels in de zomermaanden (mei-oktober) aanzienlijk hoger liggen. Dit komt door de afwezigheid van concurrerend seizoensfruit (zoals de appel) en een lager wereldwijd aanbod.
* Strategisch advies voor Suriname: De kern van het betoog is dat Suriname zich moet richten op een oogstcyclus die in de Europese zomermaanden valt om te profiteren van deze hogere prijzen en lagere concurrentie.
* Internationale context: Er wordt verwezen naar concurrenten zoals Palestina, Cyprus en Egypte die soortgelijke strategieën hanteren (bijv. door om te enten op de 'Valencia-late' variëteit).
* Prijs-Kwaliteitsverhouding: Het document sluit af met een theoretische verhandeling over twee winstmodellen: massa-verkoop van een goedkoop product met lage kosten versus een exclusief, duurder kwaliteitsproduct voor een nichemarkt.
--- Dit document stamt uit een periode (eind jaren 30) waarin de Nederlandse koloniale overheid de economische potentie van de citruscultuur in Suriname onderzocht voor de export naar Europa. De wereldmarkt herstelde zich langzaam van de Grote Depressie, wat terug te zien is in de opmerking dat de consumptiegroei na 1934 stagneerde. De gebruikte spelling (met buigings-n's en de 'aa' in sinaasappel) is kenmerkend voor de periode vóór de spellinghervorming van Marchant (1934) en de definitieve naoorlogse hervorming (1947). De tabel toont de volatiliteit van de Amerikaanse dollarprijzen in het midden van de jaren 30.
Samenvatting
- Economische logica: De auteur stelt vast dat hoewel de behoefte aan fruit in de winter groter lijkt, de prijzen voor sinaasappels in de zomermaanden (mei-oktober) aanzienlijk hoger liggen. Dit komt door de afwezigheid van concurrerend seizoensfruit (zoals de appel) en een lager wereldwijd aanbod.
- Strategisch advies voor Suriname: De kern van het betoog is dat Suriname zich moet richten op een oogstcyclus die in de Europese zomermaanden valt om te profiteren van deze hogere prijzen en lagere concurrentie.
- Internationale context: Er wordt verwezen naar concurrenten zoals Palestina, Cyprus en Egypte die soortgelijke strategieën hanteren (bijv. door om te enten op de 'Valencia-late' variëteit).
- Prijs-Kwaliteitsverhouding: Het document sluit af met een theoretische verhandeling over twee winstmodellen: massa-verkoop van een goedkoop product met lage kosten versus een exclusief, duurder kwaliteitsproduct voor een nichemarkt.
Historische context
Dit document stamt uit een periode (eind jaren 30) waarin de Nederlandse koloniale overheid de economische potentie van de citruscultuur in Suriname onderzocht voor de export naar Europa. De wereldmarkt herstelde zich langzaam van de Grote Depressie, wat terug te zien is in de opmerking dat de consumptiegroei na 1934 stagneerde. De gebruikte spelling (met buigings-n's en de 'aa' in sinaasappel) is kenmerkend voor de periode vóór de spellinghervorming van Marchant (1934) en de definitieve naoorlogse hervorming (1947). De tabel toont de volatiliteit van de Amerikaanse dollarprijzen in het midden van de jaren 30.